Zo kan het ook: 25 december 2020

in tijden van COVID 19

prakseri

Vanmorgen was ik als gewoonlijk vroeg op en liep het erf op om mijn honden te begroeten. Ik werd vergezeld van vogels. Als ik het goed heb gehoord, was daar echt een Grietjebie bij. De duiven die schuilen onder het dak van de buurvrouw waren vreemd genoeg rustig. Die maken eerder dramatische geluiden: alsof iemand verdriet heeft.

Kerst tijdens COVID. Als ik naar de drukte kijk rond deze dagen, dan is er helemaal niks veranderd. Urenlange files, ellenlange rijen voor slagerijen. Onrustige mensen die allen nog op het laatste moment inkopen halen, om zich vervolgens op de eerste en tweede kerst vol met eten te proppen. Ik kocht een kerststol bij een bakkerij die ik liever niet wil noemen, maar die was zo keihard dat je heel gemakkelijk iemand een ongeluk mee kon geven. Amandelspijs is altijd lekker. Maar dat droge brood maakte de ervaring van het moment minder traditioneel…

Kerst is de laatste jaren meer een lui, chill dag voor mij geworden. Een dag waar ik gezellig met mezelf lethargisch ben. Laat douchen, naar filmpjes kijken of dat boek dat ik eindelijk wil uitlezen en happy ben met mezelf. Het afgelopen jaar, of althans de highlights de revue laat passeren. Ergens vorige week schreef ik op mijn Facebookstatus dat december ‘the month of death’ is. En dat was niet om de sfeer te drukken maar omdat het in mijn familie gewoon het geval is. Een lieve oom is nu al een jaar terug overleden. Gewoon is die vent op kerstnacht overleden. Een vriendin haar moeder overleed deze week nog. Ik ben niet geweest, uit voorzorg. Dan denk je toch wel aan al die mensen. Ik zie mezelf 11 jaar terug tijdens het sterfbed van mijn moeder elke dag naar het Academisch Ziekenhuis lopen, klimmen op de afgebrokkelde betonnen trappen, naar de vierde etage waar elk recht op privacy geschonden werd. Dan had ik een prakje meegenomen van tayerblad, wat sinaasappelsap met een rietje, pampers, schone kleren en een extra zak voor de vuile. Het leek er toen (eind december) op dat ze zou opknappen, maar ze verraste mij: 1 januari 2009 was de laatste dag dat ik haar levend zag. Gelukkig had ik voldoende met haar gezicht gespeeld, haar magere vingers flink geknepen en haar lange haren gekamd, elke millimeter van haar lichaam in mij opgenomen. En nu denk, God, wat ben ik blij dat ze toen is overleden. Hoe zou ik het doen als ze nu nog leefde?

Naast ons gedeelde COVID-drama heb ik een rustig jaar gehad. Weinig dyugudygu. Single zijn heeft in deze crisis wel heel veel voordelen. Je hoeft niet zo veel mensen te ontmoeten en daarnaast ben je al in een soort self-lockdown. Dat vind ik eerlijk gezegd heerlijk. Want geloof me, ik ben een neuroot als het om hygiëne gaat. Menig persoon die iets te dichtbij mij kwam staan kreeg dan ongenadig een flinke bok. Gelukkig heb ik mijn postuur wel mee: ‘Welk deel van twee meter heeft u niet begrepen meneer!’ Iedereen die voor mn poort kwam werd flink besproeid met alcohol, ik rende panisch (in het begin hoor) rechtstreeks naar de badkamer als ik van de straat kwam. Zat elke avond gespannen voor de buis te luisteren naar het COVID Journaal. Dat heeft gelukkig niet lang geduurd want ik maakte mezelf alleen maar angstig door allerlei scenario’s voor de geest te halen. Wat als ik besmet raak, wie gaat naar mijn hondjes kijken als ik dood ga enzovoort. Zal ik alleen dood gaan in een ziekenhuis op de IC en niemand die me zou mogen bezoeken? Je maakt jezelf gek op die manier en ik schoot af en toe echt in een soort depressie. Het duurt zo lang en lijkt uitzichtloos. De sleur sloop dan toch binnen ondanks je alles tot je beschikking hebt: Netflix, Kindle, Zoom, je tablet en al die luxedingen.

Iets waar ik mijzelf ontzettend mee verraste was dat ik plotseling mij wel erg bewust ben van lichamelijk contact en behoorlijk naar verlangde om mijn dierbaren vast te grijpen en van die verpletterende brasa’s te geven. Ik ben nooit echt knuffelig geweest en ik denk dat dat komt omdat ik enig kind ben van mijn ouders. Mijn grootmoeder was de enige aan wie ik hing. Maar geloof me ik heb dikwijls in gedachten mijn oude tantes, ooms, neven, nichten en vrienden gewoon die stevige brasa gegeven, met de wangen helemaal geplet tegen elkaar terwijl ik met ze sprak op afstand en met dat stomme mondkapje. Ik vond die ervaringen, zeker in het begin, best wel ingrijpend. Dingen die vanzelfsprekend en natuurlijk zijn, mochten opeens niet meer. Ah well, hopelijk mag het ooit weer eens.

Intussen heb ik mijn buik vol aan lekker eten. Ik heb een kleine pom gebakken, visfilet in paprika met gekookte aardappelen ernaast. Ik heb zoveel gemaakt dat twee vrienden en mijn vader zelfs een bakje hebben gehaald. Ja, met eten maken we onszelf blij he. Wat kun je anders?

Ha, en toen viel de stroom ook uit op 25 december. Terwijl ik aan het overpeinzen was. Mag ik nog leven in december 2021 kan ik in elk geval erbij tikken dat de stroom uitviel in 2020 voor een uurtje.

Heb in elk geval veilige dagen. Blijf in je bubble of bubbel. Mensen die je noodzakelijkerwijs moet ontmoeten en blijf leven, ook in 2021! Dag!

Ruth San A Jong

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *