Dolfijnen dans

Toen ik vorige week werd gebeld door mijn nicht met de vraag of ik mee wilde om naar dolfijnen te gaan kijken zei ik haar eerlijkheidshalve dat ik niet echt een ‘dolfijnentype’ was, maar dat ik wel mee wilde. We zouden naar de monding varen van de Suriname en Commewijnerivier en de zee.
Ik bedoelde eigenlijk te zeggen, ik ben bang van water, van de rivier, van de zee, een eigenschap die veel Surinamers hebben. In een boot zitten of zwemmen op zee zijn zaken waar de doorsnee Surinamer allergisch voor is. Je zou denken, we leven in een land met hele grote rivieren. en dat we wel wat gewend zijn. Ahum, nee, de marrons en inheemsen zijn zowat de enige mensen die optimaal gebruik maken van de amazonerivieren, samen uiteraard met de legale en illegale vissers, veelal uit het buitenland: Guyana, Japan en Haiti. Meestal besef je pas als je midden in het bos bent, of net moet landen op Zanderij hoe mooi Suriname is als het om natuur gaat. Goed, de groep die mee zou gaan was goed voorbereid en dan bedoel ik we hadden veel drank en chips meegenomen. Stiekem had ik een flesje shiling oil gebracht. Ik heb scherpe herinneringen aan het varen over soela’s, tussen alle rotsen in. De boot hoeft maar tien echte minuten flink door elkaar geschud te worden om al met twee schele ogen te staren en een drukking op de maag te zitten. Alle zonnebrand en petten op. Stoer stapten de tien mans sterke delegatie, met behulp van de hand van de bootsman de houten, ietwat fragiel ogende boot in. Hij heette meneer Moen. Mijn ogen zochten een medebootsman, just in case, maar die was er niet. Hm, gelukkig waren er zwemvesten die de verstandigen onder ons wel omklipten. “Er gaat niets gebeuren!” zei de strenge stem van mijn nicht, maar we lieten ons niet misleiden tot het niet dragen van de zwemvesten.
De rivier nam samen met de wind de stress weg van de ogen en veranderde het beeld in een mooie rustgevende film, een zoemende motor op de achtergrond en bewegende monden die al aan de chips waren. Meneer Moen had overduidelijk afspraken met de dolfijnen voor een mooie show in het water. Wat een prachtbeesten! Heel aandoenlijk om ze in schooltjes bij elkaar te zien zwemmen en te springen en duiken in het water. De camera’s waren aan het klikken, de verontwaardiging van dit mooie beeld in onze stemmen zogauw een dolfijn zijn of haar vin liet zien. Heerlijk. Bijna zou je een dolfijn als huisdier willen hebben, alleen maar om naar te kijken en van te genieten, en als het even kon te aaien. Het frappante was dat meneer Moen toen keihard hindostaanse muziek begon op te zetten en wonderlijk kwamen de dolfijnen op dat geluid af. Er was dus filmmuziek bij! Schitterend om dat te horen. En ja hoor, hij vertelde dat de muziek een functie had en dat geheim van een Amerikaanse onderzoekster had geleerd. Dolfijnen zijn gevoelig voor snelle muziek. Je begrijpt dat ik straks ga googlen om het een en ander te lezen over deze mooie beesten. Na de prachtshow werden we getracteerd op het flink doorschudden van onze magen. De rivier moest ons even laten weten dat we op de rivier waren…Ik grinnikte in mezelf toen ik een van de weinige mannen in het gezelschap ‘waaai’ hoorde gillen. Sommigen sloten de ogen, ik rechtte mijn rug, want meegaan met de golven lukte echt niet. Het dansen op de rivier duurde gelukkig niet lang en binnen een mager uurtje waren we weer aan wal. De vele cups, verroeste koelkasten die tegen de brug aanleunden bracht mij in elk geval terug in de realiteit.
Het was alleszins de moeite waard, zomaar op een zaterdag tussen de dolfijnen, in de Surinaamse wateren met muziek en dierbaren.
‘Mi lobi Sranan’ is het enige wat je nog kan zeggen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *