Napraterij

Gisteren had ik een zakenlunch met een collega uit Nederland die ik lang niet had gezien. Het was gezellig weer ons leven bij te kletsen. Er kwam op gegeven moment een jonge vrouw bij die een paar weekjes in Suriname is en die zich oriënteert op het Surinaamse bedrijfsleven. Iets waar ik mij altijd aan irriteer is als er analyses worden gemaakt over het leven in Suriname. Clichéwoorden als braindrain, de crème de la crème is in de jaren tachtig naar Nederland vertrokken, dus gaat het niet goed met Suriname, zijn wij achter in ontwikkeling.
Alle mensen die gestudeerd hebben in Nederland en die er wonen, die zijn jammergenoeg allemaal nog in Nederland, dus is Suriname maar achtergebleven met een stel idioten en daarom gaat het niet goed in het land. Omdat ik naarmate ik ouder word me ben gaan leren beheersen luisterde ik naar al die analyses. Je begrijpt dat ik eigenlijk wilde schreeuwen. Ik begon toen kalm mijn visie te delen, over hoe ik kijk naar Suriname als land. In elk geval zijn we veel assertiever, kunnen we elke recessie aan, heeft armoede ons creatief gemaakt, is er geen paniekvoetbal zoals in Nederland, waar duizenden banen worden geschrapt en men niet weet hoe men de dag van morgen de hypotheek zal aflossen. Surinamers zijn ondernemend. En toen kwam de zin, “dat het om het perspectief gaat van waaruit je de situatie bekijkt.” Ja, toen kreeg het gesprek uiteraard een andere wending en werden de domme uitspraken milder. De “bok” was wel goed aangekomen. Er zijn genoeg intellectuelen en hardwerkende mensen in dit land. Toegegeven dat niet alle primaire faciliteiten er zijn, maar een vergelijking maken met Nederland is zo misplaatst en achterhaald. Nederland idealiseren is zo kortzichtig.
We leven in grotere huizen, zijn vrij in het kiezen van een beroep, het ondernemerschap is beter ontwikkeld dan al de voorgeprogrammeerde banen, waar de onzekerheid elke keer weer naar boven komt. Als Surinamers zijn we wereldburgers, niet te arm land, niet te rijk land. We laveren tussen arm en rijk en doen het echt niet slecht. Er zijn genoeg landen met behoorlijk extreme armoede, die zogenaamd onder de categorie “landen met een goede economie” vallen. Ik wil niets meer horen van landen als America en ‘het Westen’ dat die het beter hebben. Wij leven hier in een vrije natuur, gras groeit overal, goedkoop water en daardoor energie, en hebben genoeg te eten. In New York komen de armen als ratten uit hun hol ‘ s nachts, terwijl overdag alle artiesten voorbij rijden in dure limosines op de Fifth Avenu e.d. Wie arm wil zijn in Suriname, kiest daarvoor. Er is altijd werk, altijd een mogelijkheid om te overleven, altijd hulp, want we zijn lang niet zo asociaal en a-communicatief zoals in de grote landen waar het doodnormaal is lijken te vinden in staat van ontbinding (alleen al omdat niemand het leven van de ander weet). Ja kom, ik werd echt boos van binnen gisteren en wilde die vrouw opdonderen naar haar land, naar haar flat en land waar ze maar als een toevallig mooi zwart object of exotisch/cultuurproduct wordt gezien. Die napraterij ben ik echt zat. Elk land kent zijn eigen dimensie van ontwikkeling. Waar in Nederland bijvoorbeeld om de 4 jaar een nieuwe auto wordt aangeschafd, rijden wij 20 jaar ermee. Zeg mij wat is ontwikkeling en zelfredzaamheid.
Ik moest even stomen. Een collega vriendin sprak over literaire boosheid. Ik weet niet wat dat betekent zei ik haar. De uitleg ben ik kwijt, maar wellicht is het zo dat je in boosheid van je afschrijft. We zullen het maar zo noemen…
Als “goedmakertje” zei die dame, maar nee hoor, jij doet het wel goed hoor.
Alsof ik wachtte op de goedkeuring van haar om mij te zeggen dat ik het goed doe.
Sorry jongens, het moest mij effe van het hart!

1 thought on “Napraterij

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *