Te nanga now, ala yari, srefi sani. Weliswaar is er nu iets minder beroering om de vertaling van Srefidensi, maar vroeger kon ik een figuurlijke beroerte krijgen. Heb je niet ook dat soms jouw ondrobere zegt dat iets niet juist is? Ondanks alles om je heen het tegendeel verkondigt? Dat ding is, elk jaar weer roep ik: Stop om Srefidensi te vertalen als onafhankelijkheid! Ik word er weleens om uitgelachen, vaak met schampere lachjes. Eén keer met een minder gematigde reactie: “A kel disi, volgens mij ben je niet goed pluis.” Of iets in die geest. Ik ben er niet lang bij stil gebleven. Zij die mij een beetje serieus nemen: “Oké, hoe moet het dan wel vertaald worden?”
Ik: “Moet het vertaald worden? Kan het niet gewoon zo blijven staan? Srefidensi?”.
“Ja, maar heeft Trefossa –Srefidensi- niet speciaal bedacht als woord voor onafhankelijkheid?”
Ik: “Hallooo, Trefossa was een dichter, een neoromanticus.[1] Wie zegt dat de historische sfeer die hij voor zich zag “onafhankelijkheid” was?”
Op de website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) is een nagelaten kladje van Trefossa te zien, waarin hij voor het eerst het woord Srefidensi gebruikt.[2] Volgens dr. Cynthia Abrahams moet de zin “degedensi moe tron srefidensi” op dat kladje vertaald worden als “wankelmoedigheid moet onafhankelijkheid worden”.[3] Nu weet ik dat het Sranantongo woord –degedege- staat voor wankel, en lijkt het dus aannemelijk dat –degedensi- -wankelmoedigheid- wordt, en –srefidensi- dus onafhankelijkheid .
Ma mi ondrobere toch. Ik vroeg daarom aan een dochter van dr. Hein Eersel waar –degedensi- voor staat. Gewoon om te checken. “Volgens mijn pa betekent het: opschudding. Mijn pa kent het woord al heel lang. De hele stad was in degedensi, werd vroeger vaak gebruikt.”, was Naomi’s reactie terug. In deze context krijgt de vertaling van Srefidensi voor mij natuurlijk een geheel andere ondertoon.
Ik ben niet taaldeskundig, nog minder literairdeskundig. Het is verder geenszins mijn bedoeling om hier de discussie te starten op wiens kompas er verder gevaren moet worden. Iemand zou het wellicht zelfs over de boeg van Hans Breeveld willen kunnen gooien en eerder voor de vertaling naar zelfstandigheid kiezen. Volgens Hans Breeveld is dat meer in lijn met de visie van dr. ir. Frank Essed.[4] Of misschien biedt de reconstructie van Trefossa’s woordenspel door Trefossa’s familievriendin Mavis Noordwijk wel soelaas. Haar koppeling met den si (zij zien)[5] duidt mogelijk zelfs op een vertaling naar eigen visie. Een eigen visie op de eigen ontwikkeling. Ik zou ook zelf kunnen duiken in het Trefossa archief. Mijn eigen begrip van het wezen achter Trefossa zal dan misschien een duidelijker beeld scheppen over de vertaling van Srefidensi.
Alleen, waarom zouden we draaien om een punt dat niet eens mijn punt is? Hoe simpel is het niet om als reactie op mijn noodkreet terug te roepen: waarom? Het stellen van die vraag – die attitude – ligt misschien zelfs meer in de lijn van wat Trefossa bedoelt met degedensi mu tron srefidensi. In de plaats van op te springen, gereed voor oeverloze discussies, te kiezen voor dialoog. Een simpele vraag: Waarom zouden we als Surinaamse samenleving moeten stoppen om Srefidensi te vertalen als onafhankelijkheid? Ik kan daar in drie stappen antwoord op geven.
Allereerst, het gaat niet slechts om – zoals Frank Essed volgens Hans Breeveld stelt[6] – het valse idee achter onafhankelijkheid. Onwaarheid alleen is onvoldoende argumentatie om dat concept niet te gebruiken. Er schuilt veel meer achter dit concept waar wij als Surinaamse samenleving bewust van moeten zijn. Voor een voormalige kolonie is het postkoloniaal ontwikkelingsdenken, met onafhankelijkheid als kernconcept, niet voldoende. Daar hoort ook dekoloniaal ontwikkelingsdenken bij, en het dekoloniseren van het gedachtegoed en bijhorende concepten, en ook de verandering van het perspectief. Nadrukkelijk het laatste. Hoe ziet het narratief er van de voormalige kolonie uit? Iets concreter: onafhankelijkheid is mogelijk een juist concept vanuit het perspectief van de voormalige kolonisator, maar bekijk het eens vanuit het perspectief van de voormalige kolonie en er ontstaat gelijk een ander beeld, een dilemma zelfs! Immers, vasthouden aan het concept onafhankelijkheid is erkennen dat Nederland het recht had zich dit land toe te eigenen, het volk daarvan te overmeesteren, te onderdrukken, met uitroeiing te bedreigen en de bodemschatten die dit land bood uit te putten en weg te dragen. Vergeet voor het gemak dat niet alleen Nederland zich in successie aan deze misdaden schuldig heeft gemaakt. En nee, Nederland had dat recht niet. Zo’n erkenning kunnen we onze Inheemsen niet aandoen. Vanuit het perspectief van het inheemse volk, waartoe ook mijn voorouders behoren, heet de historische gebeurtenis van 1975 anders: Vrijheid. Vrijheid van het juk van een onderdrukker. Beter nog, noem het gewoon Srefidensi. Want in ‘vrijheid’ zit nog te veel ruimte, die bijvoorbeeld Hans Breeveld in zijn artikel in Starnieuws van 11 november 2020 kan laten stellen dat wij als kinderen het huis van onze ouders verlaten hebben en de vrijheid hebben gekregen om te bouwen aan een eigen toekomst.[7] En dat – dat licht van die ouder-kind relatie – is zo koloniaal als ik weet niet wat. Als we het voortaan dus hebben over 25 november 1975 zouden we het woord onafhankelijkheid uit het vocabulaire van de Surinaamse samenleving moeten smijten. Dat woord bestaat voor die dag niet meer. Stop met die vertaling!
Stop met vertalen. Punt. Want, als we nu toch het narratief aan het veranderen zijn, naar wiens taal vertalen we dan? Welke voormalige kolonie heeft dezelfde, of soortgelijke, ‘soevereiniteitsoverdracht’ voor ogen als met Srefidensi? Zelf denk ik dat Suriname in deze uniek is. Neem bijvoorbeeld Indonesië, ook een voormalige Nederlandse kolonie. Soekarno zal beslist in zijn graf bere ati krijgen van het lachen, als we Srefidensi vertalen als Merdeka. Of neem die supermacht Verenigde Staten van Amerika, waar we een historische Nederlandse band mee hebben en vaak mee vergeleken worden vanwege de bevolkingssamenstelling. Try independence for Srefidensi. Mi e yere George Washington keba: “Oh, independent huh, where did you dump the tea? Or was it sugar? Huh … what have you dumped?”
Het Surinaamse volk is verder niet slechts in haar ‘strijd’ tegen de kolonisator uniek. En ik denk dat Trefossa zich hiervan goed bewust was. Het volk van voormalige Afrikaanse en Aziatische kolonies hadden feitelijk niets anders te doen dan die onderdrukker van hun geboorteland te jagen, het heft in eigen handen te nemen en zichzelf terug te vinden. In de VS, aan de andere kant, zijn het blanke kolonisten geweest die zich bevrijd hebben van het juk van hun geboorteland. Voor hun moet het gemakkelijk geweest zijn om geen Europeaan meer te zijn maar Amerikaan. De inheemse en de zwarte tot-slaaf-gemaakte daar hebben dus hun ‘vrijheid’ gehad binnen een voormalige kolonie, en alleen nog maar de keus gehad om Amerikaan te zijn. Alle overige immigranten zijn in een voormalige kolonie aangekomen en hebben dus niets bewust hoeven bij te dragen aan enige bevrijding, anders dan zich los te maken van hun geboorteland. In Suriname daarentegen hebben de inheemse en zwarte tot-slaaf-gemaakte, waaronder mijn voorouders, hun ‘vrijheid’ gehad in een kolonie. Dezelfde kolonie waarin de overige immigranten, waaronder mijn voorouders, aankwamen. Alle groepen zijn dus geconfronteerd geworden met een innerlijke strijd van het hart voor een vrijheid als Nederlander, als Surinamer, van het moederland, of van het geboorteland. Ik zie Trefossa zich voor zijn geest halen hoe die samenleving aan het worstelen was met haar identiteit; hoe deze mensen zich zelf zagen, hoe srefi-den-si. Ach ja, natuurlijk, Mavis Noordwijk: meki den si meki den si srefidensi.[8] Kan het dat Srefidensi voor Trefossa niets anders is geweest dan een oplossing voor een nijpend identiteitsvraagstuk? Niks politiek vraagstuk, niks economisch vraagstuk? Gewoon een smeekbede om een getergde samenleving in dit leven de ruimte te geven om een identiteit te vinden?
De zoektocht naar identiteit is geen vreemd fenomeen, en wellicht kan de opvatting ontstaan dat er met Srefidensi niets bijzonders aan de hand is. Terechte opvatting, mits het unicum van de Surinaamse samenleving opnieuw in beschouwing wordt genomen. In de Verenigde Staten van Amerika – dat ander land met een mengelmoes van diverse bevolkingsgroepen en culturen – wordt de zoektocht naar een eigen Amerikaanse identiteit voornamelijk overheerst door whiteness, het zogenaamde witte bewustzijn van beschaving. Niet vreemd, gelet op de samenstelling van de bevolking, en de grote meerderheid van blanken. Alle andere groepen zijn minderheden in het geheel en richten zich min of meer naar die overheersing.
In Suriname daarentegen is die whiteness-overheersing van binnenuit niet aanwezig. Hier is whiteness een overblijfsel van de kolonisering en wordt alleen versterkt of in stand gehouden door voorbeelden van buitenaf. Er is daardoor de unieke kans voor een samenleving met deze samenstelling om een identiteit te ontwikkelen die gebaseerd is op blackness[9], die tegenhanger van whiteness. Het resultaat van een dergelijke ontwikkeling van de samenleving, die Srefidensi, zou een goed voorbeeld kunnen zijn voor de ontwikkeling van de wereldbevolking. Als Trefossa dit voor ogen had, dan kan mijn bewondering voor deze visionair alleen bijzonder groeien.
Zo bekeken heeft Trefossa met Srefidensi het hele wezen van onze unieke samenleving in één uniek woord gevangen. Waarom dan nog zoeken naar een vertaling? Apartheid wordt toch ook nergens ter wereld vertaald? En geeft dat concept niet in één enkele blik een totaalbeeld van een systeem dat eigenlijk veel meer concepten in zich herbergt?
Srefidensi heeft de potentie om in het postkoloniaal bewustzijn wereldwijd te groeien tot een decoloniaal concept voor een systeem van duurzame ontwikkeling. Trefossa heeft wat mij betreft niet slechts Suriname, maar ook de wereld hiermee een grote gift gedaan. Door Suriname op deze wijze voorop te stellen voorspelt hij vrijwel zeker dat zolang de totale wereldbevolking haar identiteit niet op basis van blackness gevonden heeft, er geen duurzame ontwikkeling, en geen wereldvrede zal zijn. Het is de historische opdracht aan de Surinaamse samenleving om die zoektocht af te ronden. Die beroering binnen die wereldsamenleving, die innerlijke onrust en verwardheid, a heri degedensi, mu tron Srefidensi. Meki den si meki den si Srefidensi.
Hans Gandhi
[1] https://en.wikipedia.org/wiki/Henri_Frans_de_Ziel
[2] https://www.dbnl.org/tekst/borg006schr01_01/borg006schr01_01_0006.php#
[3] https://werkgroepcaraibischeletteren.nl/trefossas-parodie-op-volkslied-opo-kondreman/
[4] https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/61536
[5] https://stemmenvanafrika.nl/geboorte-van-een-nieuw-woord-srefidensi/
[6] https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/61536
[7] https://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/61536
[8] https://stemmenvanafrika.nl/geboorte-van-een-nieuw-woord-srefidensi/
[9] Als je alle verfkleuren mengt wordt het mengsel steeds donkerder, en uiteindelijk zwart. Blackness als zwart bewustzijn is voor mij dus niet het bewustzijn van identiteit voor een zwarte man, maar is het bewustzijn van diversiteit en de inclusie van alle bevolkingsgroepen.