Voor Shrini bij –Wan Grani- in Thalia op 1 februari 2019
Gecondoleerd iedereen.
In 2010, in Willemstad, werd ik aangenaam verrast bij het begin van de lezing die ik zou houden voor FPI (een organisatie voor de Taalplanning op Curaçao) toen ik Shrinivasi zag binnenlopen in de zaal. Hij liep rechtstreeks naar mij toe om mij te groeten. Shrini kon hori mi baka. Hij was de enige Srananman die aanwezig was bij die lezing. Shrini was altijd op de hoogte van het wel en wee in Suriname-literairland. Zo sprak hij dikwijls over de gedichtenbundel van Karin Lachmising die hij van haar had ontvangen.
Op Curaçao ging Shrini vaak naar literaire activiteiten. Hij was heel goed bevriend met Hubert Pensa, die zich over hem ontfermde. Hij bracht hem naar al die literaire activiteiten. Ik noem Hubert dan ook specifiek hier en bedank hem namens alle Srananmans voor zijn vriendschap en zorg. Voor de Antillianen was Shrini wel degelijk een yu-di-Korsow!
De volgende dag hadden we een lunchafspraak waarbij hij me een envelopje gaf met een gedicht:
Afrokali-Afrikan Budi
Een Nederlandse vrouw
Met aan haar hand ’n afrootje
Stapt uit de trein
En dan ineens veranderen
4 ogen in 2 ogen
en vanaf dat ogenblik
kijkt het kind onophoudelijk
naar mij
totdat het de wenteltrap als
die van Kirpalani in Paramaribo
neemt, hier opgaand naar
Hoge Catherijne Utrecht c.s.
Dat kind dat langzaamaan
Verdwijnt, verrast mij na mijn
Laatste wuif,
Met een lief tegenwuifje
Wat mij diep denken doet
En een vraag in mij oprijzen
Overtuigd zeg ik luid voor mij uit
Dit kind, deze afrodite
Dat kon mijn kind wel zijn
En opgetogen en tevreden
Wist ik
Dat dit
Dat ook
Is.
Ik ontving weer een envelopje, in 2014. Dit keer met een 20 US – dollar briefje en een takje mini-tamarinde. Ik wist niet wat die tamarinde betekende, of waar het symbool voor was, maar volgens mij was dat de verbondenheid die hij met me deelde van het Surinamer- zijn. Maar ook zijn verlangen om terug te keren naar zijn geboorteland.
Ik had hem nog opgezocht in het ziekenhuis in 2012. Ik maakte een Inktaap- toer(literaire prijs) naar Curaçao, Nederland en België. Daarna zou ik, als stadsschrijfster in Jakarta zijn.
Op dat envelopje stond geschreven : Swit’ yu mofo na Jakarta
Shri!
Vliegen zou hem fataal zijn. Ook twee uurtjes vliegen. Ik belde hem sinds onze eerste ontmoeting in 2010, elk begin van het jaar om korte babbeltjes te houden en te vragen naar zijn gezondheid. Afgelopen 7 januari belde ik om te condoleren met’ het overgaan’ van Bea Vianen. Hij vertelde over haar, Slory en Bhai. Ik begon hartelijk te lachen toen hij zei dat al die tachtigers doodgaan. Alsof hij de dans was ontsprongen, omdat ie een negentiger was. Ik hoorde de ouderdom wel in zijn stem nu ik terugdenk aan het gesprek.
Dankjewel, lieve Shrini, ik stuur je een laatste tegenwuif.
Je afrootje,
Ruth San A Jong
Bij de Wan Grani op 1 februari 2019 in Theater Thalia