Dodenherdenking?

Nee, ik ben niet alweer met de dood bezig. Mijn moeder zou, als ze in leven was 65 worden. Sinds de dood van haar is ze sterk in gedachten rond mijn jaardag, rond haar eigen jaardag. Zij was precies twee weken na mij jarig. Vanmorgen had ik de behoefte om naar haar graf te gaan en er te zijn. Niks meer. Ik heb een zus van haar gebeld die altijd bereid is met mij mee te gaan en vanmorgen plukte ik een paar Fayalobi in de tuin. Als schrijver ben ik constant vragen aan het stellen. Waarom nemen we bloemen mee, waarom praten we tegen een dichtgemetselde kelder met een skelet erin. En waarom huilen we wanneer we naar het graf gaan. Ik bedoel, ze is daar niet meer. Waar is ze dan? Bij God zegt men. Ok, niemand weet waar God precies is. Jaja, God is overal. Maar goed, je gaat er van uit dat ze ergens is. Ik waan me haar niet op een wolk of zo maar een andere dimensie in alle gelukzaligheid. Althans, dat denk ik nu. Ik probeer de vragen in mijn hoofd altijd te remmen, omdat ze zinloos zijn en onbeantwoord blijven.

Alle cliches rond de dood en na de dood zijn waar. Dat kun je pas ervaren wanneer iemand dierbaar van je is overleden. Iemand die echt heel dichtbij is, je vader, je moeder, grootmoeder, zus, broer of partner. Ik mis haar aanwezigheid nog steeds en denk met tranen soms aan haar terug. Hoewel ik die leegte die ontstaat al een plek heb gegeven, mis ik die verbondenheid met haar. Die onuitgesproken, tastbare moeder- en dochter verbondenheid. Dat is waarschijnlijk de werkelijkheid van dood zijn. Je kan niet meer ervaren met die persoon. Ook al zou je roepen, gillen, huilen, zoeken. Niks. En dan hebben we gelukkig nog onze herinneringen. Gelukkig! Daar kun je altijd een beroep op doen. Soms ongevraagd en pijnlijk, maar die zijn niet dood.

Het zag er netjes uit vanmorgen. Crème tegels met in zwart/goud gegraveerd opschrift. Geboren 6 augustus 1947, overleden 2 januari 2009. Ik kijk of alles nog in tact is, de dubbele letter in haar tweede naam, mijn tekst erboven. Ik murmel iets na het ‘Onze Vader’ van mijn tante en houd alles wat ik wil zeggen in mijn hoofd. Die tranen komen toch, alweer ongevraagd. Niet lang. Mijn tante praat over iets anders. Ik lach. We zijn klaar en lopen langzaam terug, tussen de bijna op elkaar ingepakte graven naar de uitgang. Ik zie nog wat bezoekers met bloemen in hun hand, in zwart-witte hoofddoeken. We groeten de beheerder. Hij knikt.

Dodenherdenking is volgens het Katholieke geloof pas in november hoor ik. Ik doe het op mijn eigen manier en koop een fles rode soft om de dorst te lessen van die harde zon op de donderdag. Ik ben op een donderdag geboren. Ik zal er maar geen toeval van maken…

1 thought on “Dodenherdenking?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *