Die kerkbanken

IMG-20150403-WA0014Het was laatst echt lang terug dat ik weer in een kerk zat. Een uitnodigingskaart voor een Paasconcert van het Eddy Snijders orkest kon ik niet afslaan. Mijn grootste bezwaar tegen zitten in kerken zijn die houten kerkbanken. De banken hebben een smal zitvlak en een korte leuning waardoor ik met mijn vele kilo’s makkelijk een genadeloze zenuwstoot krijg in rug en ruggengraat en ik in verkrampte staat de dienst verlaat. Ja, die duivels hebben zich in mijn onderrug genesteld en tot nog toe heeft geen enkele predikant ze weten te verdrijven…

Ik vind die banken ook ‘slavenbanken’ hoor. Echt een vorm van boetedoening, zo een martelzit van 2 uren lang en dan ook nog dat knielen. Gelukkig had ik mijn zitkussentje meegenomen zodat ik kon verzitten wanneer dat nodig was.
Ik keek naar mijn vriendin Rielle Mardjo die met haar stokje de bende muziekanten dirigeerde en zag werkelijk een andere persoon; een soort muzikale intelligentie. Het spel van muziekinstrumenten en vooral de viool, de drum sleurden mij in een sfeer van zwaarte, donkerte, dat lijden, weemoedig gevoel. We leven in de lijdensweek en ik zou zonder sarcasme kunnen zeggen het lijdensjaar… Het relaas van Jezus beschouw ik nog steeds als symbool voor het leven van een mens; lijden, verraad [Judas], verdriet, armoede, pijn vriendschap [apostelen] en dan die opstanding na de dood. Die hele bijbel is symboliek voor mij, een soort handleiding voor het leven. Moed vinden om door te gaan enzovoort. De zweepslagen die Jezus kreeg ook.
De opgelegde tradities rond Paastijd, het naar naar de kerk gaan, geen vlees op de vrijdag, seksuele onthouding en dat soort dingen gaan me steeds minder interesseren. Ik zie mezelf niet zitten tussen al die honderden mensen, die alleen rond deze tijd naar de kerk gaan en zitten te wriemelen tegen elkaar om drie uur ’s middags, rumoerig zitten te zweten in hun polyester pakjes om dan te zeggen ‘Ja, ik heb mijn paasplicht vervuld.’ De momenten dat we ons een beetje als Jezus voelen overkomen ons echt niet alleen in de Veertigdagentijd. Maar wanneer ik kijk naar dat narcistische, dat asociale en oppervlakkig gedrag van mensen, dat constante oordelen en veroordelen, tja, dan kijk ik wel anders naar dit ‘traditionele’ gebeuren. Maakt mij dat een slecht mens? Misschien. Ik moet me toch niet verplicht voelen aan de traditie mee te doen die van mij een hypocriet maakt?
Zo schoot ik in een bulderende lach toen ik las dat Desi Bouterse op Tweede Pasen het volk om vergiffenis gaat vragen of gaat bidden. Zoiets. ‘Jezus Christus!’ riep ik verontwaardigd. Gij zult de naam des heren niet ijdel gebruiken. In elk geval moet de dag nog komen dat ik ga geloven dat hij echt berouw heeft. ‘Godslastering!’ schoot het door mijn hoofd. Hoe is het mogelijk!? Gelukkig is het afgelast. Ik zou de bijbel letterlijk gaan nemen of overtuigd atheïst worden na die actie.
Ontmoetingen met God heb ik elk uur van de dag, in manifestaties van mijn leven, van vrienden die ik ontmoet, van mensen die mijn levenspad doorkruizen. In het verkeer, in de supermarkt, bij de weinige zwerfhonden die ik kan helpen die dankbaar kwispelen wanneer ik hen eten heb gegeven of de zwerver die ik een klein pakje brood in de hand duw wanneer die op het steen zit te bedelen, in een compliment om mijn werk of een irritante opmerking van iemand van wie je het niet verwacht. Ik zou toch niet tot een groep moeten behoren die elke zondag naar de kerk gaat en dezelfde bijbel leest om een goed mens te zijn of christen te zijn? Want precies dat stukje irriteert me van mensen die zichzelf christen noemen en getuigenissen afleggen voor je deur en pretenderen de Here te hebben ontmoet en vrij zijn van zonden en dat soort praat. Want laten we eerlijk zijn: het zijn juist die mensen die niet leven naar het woord van hun god, andersdenkenden op de ‘brandstapel’ gooien en veroordelen. Ik kan daar niet zo goed tegen. Tenslotte heeft een ieder getuigenissen omdat iedereen wel eens door die ‘kruisiging’ van Jezus gaat. Mang! [Ik kan een preek gaan houden no?] Wake up, een leven bestaat uit goed en kwaad, leven en dood, geluk en verdriet. Een geheim is het niet.
Volgens mij heb ik Rieke na dat concert drie keer gebeld om te zeggen dat ik intens heb genoten. Iemand wees mij op de grafstenen onder die ’slavenbanken’ waar ik op had gezeten en het pad waarop ik liep toen we buiten waren. Wat luguber van de mensen die dat toentertijd hebben bedacht om generaties na hen te laten zitten op die graven/grafstenen. Foei Ruth, het zijn die kerkbanken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *