Afscheid nemen op afstand van Jefx

In januari had ik dringend een volle knalrode Fayalobi nodig. De uitgever had mij een email gestuurd die mij er aan herinnerde dat ik moest gaan opschieten met de vormgeving van de omslag. Ik belde mijn goede vriend, van wie ik wist dat die precies zou kunnen uitbeelden wat in mijn hoofd was. De illustratie moest iets zeggen van de inhoud van het boek “De laatste parade”. Telefonisch vertelde ik in een paar zinnen waar het boek over ging: dood, sex en leven. En de symboliek moest iets hebben van negen, omdat er negen verhalen in het boek staan. A la Dante, de negen circels van de hel.
De Fayalobi is het grootste, meest afgezaagde, sorrie, gebruikte symbool dat staat voor Suriname. En toch wilde ik iets daarmee doen. En iets met rood, symbool voor leven, liefde, vuur, passie en zwart, het symbool voor de dood.
De regens hadden alle blaadjes van de fayalobi weggespoeld. Mijn auto bracht me van Zorg en Hoop naar Leiding 11, Tweede Rijweg, Leysweg, Zorg en Hoop weer, en uiteindelijk naar Mon Plaisir. Ik bedacht nog een anekdote te schrijven: Was de fayalobi aan het uitsterven? Er zijn weinig mensen die nog een Fayalobiboom op hun erf planten. Alles was nu de Bougainville. Mijn tante wees mij haar erf waar wel acht verschillende soorten Fayalobi staan. Ik had nooit naar die dingen gekeken. Dolgelukkig deed ik ze in een fles met water en nam een paar volle mee. Ik drukte op de bel aan de Waaldijkstraat en John deed open die blij was dat ik een mooie had gevonden.
‘No span, vanavond werk ik eraan.’

‘Ik wist dat je zou flippen, maar ik kan geen zomaar ding voor je maken.’
Ik gilde in zijn oor nadat ik de email had gelezen. John had precies vertaald wat in mijn hoofd zat. Na 150 foto’s belicht en onderbelicht geschoten te hebben, op zijn computer bewerkt te hebben ontving ik een bestand uit vijf waar ik van mocht kiezen. Perfectie. Dat was het altijd geweest. Een idee, een project of iets stoms waar ik over dacht en vroeg, waar hij helemaal anders van dacht. Mijn eerste computer heb ik van hem gekregen. De lessen in gebruik van de pc, werken met tekst, projecten schrijven, begrotingen opmaken, kwantificeren, praten over lenzen en fotografie, tape en voice recorders, papier maken, bonbons, 3D filmpjes, beleidsnota’s, digitalisering: alles kon in de wereld en in het hoofd van John.
John heeft een groot aandeel gehad in mijn vorming. Dat assertieve, op je doel afgaan en to-the-point zijn. Want het woord hypocrisie kwam nooit voor bij hem. Soms mocht hij wat diplomatisch zijn, maar hij had lak aan iedereen, deed zijn ding en kreeg weleens de titel van ‘gek’. We hebben ontzettend zitten schaterlachen en hoesten aan de telefoon of via skype, urenlang, over van alles en nog wat. Hij vroeg zichzelf soms af van waar hij met die antwoorden kwam.
En ik had hem jaren niet gezien of gesproken, kreeg een opdracht in december 2010 en vroeg hem om het samen te doen. Hij had er plezier in gehad, was kritisch op sommige organisatorische dingen, maar dat maakte het eindresultaat alleen maar beter. Hij eiste professionaliteit van zichzelf op alle niveau’s. Tot laat in de avond was ik bij hem achter een van zijn twintig computers, waar het ene beeld in het andere liep. Typisch: allerlei technische snufjes in het huis aan de Waaldijkstraat.

En dan krijg je een bericht als je in Nederland zit voor werk, dat je goede maat, waarmee er mooie plannen waren, dood is neergevallen in zijn huis. Dan hoor je zijn stem en lach nog in je hoofd, zie je de DVD die hij in elkaar heeft gezet voor de school, het nieuwe logo dat hij in twee seconden heeft ontworpen. Dan zie je zijn email met als titel “de zoveelste parade” en de vraag hoe het met je rug gaat.
En die goede maat gaat dood, die de cover van mijn boek heeft geillustreerd dat over de dood gaat. Het leven is bizar. Ik doe geen moeite om de dood te begrijpen. Ik zal loslaten en dat wat ik heb meegekregen en geleerd van John Falix koesteren.

Tan Bun mi mati.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *