Zelfkritiek

Lezers zijn genadeloos. Ik las vorige week een reactie/recensie op tekst van een schrijver die online was gepubliceerd. Ik lachte eerst, maar huiverde daarna. De lezer had gelijk.
Men is zo gauw tevreden hier met het eigen schrijven. Ik heb er de pest in. Je wint een prijsje, je schrijft een paar gedichten, je krijgt applaus, je haalt boeken uit je eigen printer, je komt in de krant,  en je bent schrijver.
Het heeft heel lang bij mij geduurd voor ik mezelf schrijver noemde. Terwijl er langer dan tien jaar teksten van mij zijn gepubliceerd. Het is ontzettend leuk om complimenten te ontvangen, je ego wordt gestreeld, mensen willen graag je vrienden zijn, willen intelligente gesprekken met je voeren over je visie en dat soort van oppervlakkigheden. Je behoort zogenaamd tot het ‘intellect’ van het land. Gisteravond werd ik nog uit Nederland gebeld door een vriendin die me vertelde dat een professor aan de Universiteit van Amsterdam mijn boek had gelezen en een recensie zou schrijven. Ik voelde me echt gevleid, maar ik maak me geen illusies hoor. Ik ga nog harder mijn best doen om beter te worden. Want een positieve recensie maakt je geen geweldige auteur! Het schrijven, je ontwikkelen tot betere producties, dat is het.
Ik doe er niet aan mee, die zelfverering.
Wat ik eigenlijk schandelijk vind, is dat deze verering in stand wordt gehouden. Iedereen lacht maar, vindt het niet zo erg als er banale teksten worden geschreven. We zijn allen vrije mensen, kunstenaars noemen we onszelf, dus het mag. Gek doen is toegestaan, maar kom niet met banale teksten waar geen hond iets van begrijpt. Elke persoon die zichzelf verantwoordelijk noemt of de leiding heeft zal toch wel enige kritiek aan de dag moeten leggen. Schrijven heeft ook conventies, ook al pretenderen we dat literatuur geen ethiek kent. Kom op, er zijn genoeg excuses die je kunt bedenken om taalfouten te maken. Meertalligheid, het Surinaams Nederlands, mentale luiheid, slechte internetverbinding of geen speller op je pc. Genoeg excuses. Maar dan moet je niet publiceren! Ik maak nog steeds taalfouten, heb onlangs in haast (en dat is geen excuus) een studentenpost gemaild met tikfouten. Een student maakte mij opmerkzaam en ik gaf haar gelijk. De lezer heeft altijd gelijk.
En toch vraag ik me af, waarom houden we die persoonsverheerlijking in stand? Om aardig gevonden te worden? Erkenning te krijgen? Is het zo leuk om het plakkaat van ‘kunstenaar of schrijver’ te krijgen? Pfff…
Overigens is dit gedrag op alle fronten te merken. Niet alleen bij schrijvers. Er zijn veel een-oog-koningen in het land der blinden. Ik stoor mij ontzettend aan die attitude want je merkt dat wanneer het er op aan komt er heel wat incompetente mensen rondlopen. Als wij er niet mee ophouden gaat het nog eens goed mis met dit land.
Een beetje meer zelfkritiek alstublieft. Ook al hebben we allerlei stempels, gouden spelden, bekers, titels en wat al meer. En alsjeblieft, laat me niet horen, het is overal in de wereld zo. Het is een fout uitgangspunt voor een echte kunstenaar, of een echte leider.
Kritiek haalt het beste uit je! Zelfkritiek ook.

Vandaag de vermoeide hulpeloze moraalridder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *