Un go na woyo/ we zijn naar de markt geweest

Noord Jakarta, zondag 6 april

Ik had het verlangen geuit dat ik graag naar een markt wilde in Jakarta, omdat ik die niet gemakkelijk kon vinden. De markt is bij uitstek de plaats waar je een impressie kan krijgen van de echte welvaart in een land.Ik begreep van veel mensen die hier wonen dat de traditionele markten aan het verdwijnen zijn en steeds meer veranderen in gekoelde winkelcentra. Ok? Dus toch een vertekend beeld?image
Overdekte winkelcentra lijken overal in de wereld op elkaar. Althans, in de landen waar ik tot nog toe ben geweest en maken nooit indruk op me; hoe groot ze ook zijn. Maar zondag werd ik opgehaald door mijn eigen kondreman die hier werken en wonen. Het was heerlijk in Surinaams te praten en allerlei vragen te stellen en daar antwoord op te krijgen in een vreemd land.

Dat we bij een zeehaven en een vismarkt waren kon je ruiken vanaf we de smalle straat die we opreden, waar mensen trokken en stootten aan karren met hun koopwaar. Alle soorten vis was ten toon gespreid in hun kraampjes voor verkoop. Het straatbeeld is een van kleur en gezellige drukte, vreemd genoeg minder lawaaiig dan de Centrale markt in Paramaribo.
image-9
image-8 image-7 image-5 image-2 image-4 image-1
image-3image-6
image-10

Mijn neus nam de intens, doch verse vis en zeelucht in zich op. Ik genoot gewoon van de manier waarop Lucy, een halfbloedje (javaans mix creools) in Bahasa ratelde met de visverkopers. Als je je ogen zou sluiten, zou je een Indonesiër voor ogen hebben. En afdingen dat ze kon! Ze kocht een kilo krab voor minder dan die verkoper in eerste instantie had aangeboden. Ik begreep dat het ‘cultuur’ is om af te dingen, omdat men voor buitenlanders vaak hogere prijzen heeft. Ik zou het ook doen…die hebben toch meer geld en zijn met vakantie.

Mies’ of ‘Madam’ word ik geroepen door menigeen hier. Een man die mij een mooie Redsnapper aanbood sprak me aan die ik vervolgens in Sranantongo antwoordde: no, mi no wani.
Garnalen, lobster, kreeften, krabben, grote en kleine vissen, schelpsoorten, inktvissen, alles was er! De poesen trouwens ook… Ik zie overigens veel zwangere straatpoesen hier in Jakarta. Slim vond ik vooral de foamdozen die je kon kopen ongeacht het formaat. Er werden grote staven ijsblokken uit een truck geladen die, wanneer je vis heb gekocht, in een soort ‘ice crusher’ gaat, wordt geschept en over je gekochte vis of krab heen gaat. De doos wordt vervolgens met jute-lint stevig vastgebonden en kan zo op de achterbak. Snel naar huis racen, om je vis of vlees in de koeler te doen zoals in Suriname, is dan NIET nodig; je vis ligt de hele dag op ijs. Het kan ook niet anders met zo een warm klimaat en die lange afstanden. Misschien een idee no, voor Switi Sranan…

Ik stelde Lucy Esseboom, Marsiane en Peter Lingers allerlei vragen over het leven hier. Ik hoop niet dat ze van me verveelden. We zijn seafood gaan eten in een chinees restaurant; onnodig te zeggen dat het heerlijk was! Ik moest me in de hoge pickup hijsen om plaats te nemen in de auto. Die buik voelde echt als een soort lastige aanhangsel aan. Met volle magen reden we weer richting Thamrin, over de fraaie snelwegen met al die wolkenkrabbers voor ons Thamrin is de buurt van het hotel waar ik logeer, om naar een grote textielmall te gaan. Zoooo, ik ben nog steeds beduusd van de 14 roltrappen, de jurken in Batik, de vele mensen die er kopen en lopen en de vochtige broeierigheid. Daar zijn we niet lang gebleven.

‘Mies Roet, would you like to order?’

‘Yes please, for my guests also!’

 

(Klik voor een beter beeld op de foto en vergeef me in godsnaam de taalfouten!) Dank u!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *