ik weet nu al
dat missen
benen op de bank
comfortabel alleen
voor de televisie
om het worstelspektakel van middernacht
ik weet nu al
dat missen
zwetende oksels in bussen
na kantoortijd
om vlug bij thuiskomst
mijn rok omlaag
voor een plas
ik weet nu al
dat missen
schrapende kelen om zes uur
deuk in mijn kussen
die ik met moeite
verlaten wil
ik weet het nu al
dat missen
mijn gil bij slangen
op de stoep
poep van de gekko
wiens schuilplek ik niet ken
ik weet het nu al
dat missen
droge plooien in je arm
geur van grijs haar
leeggezogen borsten
je wijze stem
ik drink nog snel
momenten
om geheugen te vullen
met kleine handen en stoeiende tenen.
RUTH SAN A JONG
AUGUSTUS 2003