Godverdomse dagen

Gisteren maakte ik mijn cadeau open. Mijn goede collegavriendin vroeg mij welk boek zij voor me mocht sturen. Natuurlijk wil ik het boek van de Libris winnaar lezen: Dimitri Verhulst. Ik heb ‘Alleen maar nette mensen’ van Robert Vuijsje nog niet gelezen en die is nog niet te koop hier in de boekwinkels.
Intussen ben ik begonnen en vond het een kunst, dat Dimitri Verhulst het ‘t-personage heeft gecreëerd. Ik ben nog maar gisteren begonnen hoor, dus ergens op kwart van het boek. Ik kreeg heftige reacties op Facebook, waar ik melding van maakte en kreeg daarbij een recensie toegestuurd die ik graag deel.
Ik kon de heftige reacties begrijpen, zeker als je Vlaming ben. Het deed me denken aan grote kunstenaars die met absurde schilderijen komen/kwamen om de wereld een spiegel voor te houden. Ik heb net twee hoofdstukjes uit. Ik krijg een soort indruk dat de auteur met een bestiale blik naar de wereld kijkt.Bizar is het zeker. Ik vind het interessant als beginnende auteur om te weten wat in de kop van een schrijver omgaat, maar kan best begrijpen dat er mensen zijn die het boek een onding vinden en in de prullenbak gooien.

Hier dus een recensie uit Knack, een Vlaams cultuurblad

“Godzijdank deze voortreffelijke bijdrage van Herman Jacobs in Knack : Een joekel van een denkspier Op 11 mei werd aan Dimitri Verhulsts Godverdomse dagen , een uit de hand gelopen opstel van middelbareschoolniveau over de hele wereldgeschiedenis maar liefst, de Libris Literatuurprijs toegekend. Een zeer onverwachte winnaar. Zeg dat wel: nooit eerder werd een dermate stomvervelend zowel als stompzinnig boek bekroond. ‘Een weergaloze stijloefening’, zo karakteriseerde de jury deze roman, waarvan je niet weet wat er nu het ergst je weerzin in wekt: de eendimensionale platvloersheid én pretentie van het tapkastgemeut en -gemem dat hier voor een wereldbeeld moet poseren (‘scherpzinnige inzichten in de mensheid’, aldus de jury), of de moeilijk te evenaren lelijkheid en gezochtheid van het taaltje – uiteraard, uiteráárd in het Vlaanderen anno 2009, van een ernstig streuvelogallodialectisch gehalte, ze moesten u zo ne keer voor nen Ollander pakke, èèkes ! – waarin een en ander is uitgescheiden. ‘Een vuurwerk van taal’, heet het ook nog – een zuurwerk van aal, zullen ze bedoelen: het spat je in dit boek aanhoudend in het gezicht, als werd er in een enorme beerput telkens weer dynamiet tot ontploffing gebracht. Maar zei ik daar gezochtheid? Gezóchtheid – bij deze nobele wilde, deze zozeer met het aura der authentiekste street credibility omgeven Münchhausen der Vlaamse letteren, die zichzelf bij de haren uit de rauwste cultuurloosheid heeft opgetild? Jazeker, en niet zo’n beetje ook. Ik doe even een greep uit de overvloed die Godver etc. te bieden heeft: ”t Trekt de rimboe in om er zich te vormen tot een bekijkelijk monster met dikke knokkels, talgklieren, een hele eind darmen en een speklaag.’ ”t Is vergeten dat de zeeën hem ooit zijn oorsprong boden.’ ‘Vergeet dat geleuter over onthouding, die concupiscentie was maar om te lachen.’ Goh – concupiscentie, zeg. ‘Geld, het zou van water moeten zijn, zozeer stelt ‘t het vloeien ervan op prijs’ – wat je noemt een rollende taalbeheersing. Maar wat wil je, van een auteur bij wie je eerder al groteske on-zinnen als ‘Het was over de juiste formulering dat zij nog twijfels leed’ kon aantreffen? Voor regelrechte wartaal schrikt dimiurg Verhulst trouwens evenmin terug. ”t Pakt een meetlat en een gradenboog en kleedt een rechthoekige driehoek als het ware uit van kop tot teen, de ene zijde na de andere (…). De figuur wordt volkomen uitgebeend, elke hoek ervan uitgekuist.’ Hè? Maar ‘t heeft ‘zo’n joekel van een denkspier onder z’n kapsel’, daar zal het door komen. ‘Leer: lappen stinkende huid die ‘t wist te bedisselen van de karkassen’ – en die ‘t wist te wisselen voor bazassen en kabassen zeker, waarna ‘t zijn pisser ging slisselen op matrassen en paljassen? ‘Huid, bedisseld van karkassen.’ Dit moet Literatuur zijn, dat kan niet anders. Ach. Gongorismen uit de Aldi, Lidl-barok, literair damast en brokaat van bij Zeeman. Nep en namaak, pose en poeha. Maar vooral: een brute, fascistoïde gedachtewereld waarin het een Groot Inzicht wordt gevonden dat alles in wezen een kringloop van vreten en schijten is, en niks meer dan dat – hoort ge ‘t, hypocrieten met uw ‘cultuur’ en ‘normen’ en ‘waarden’ van den hond zijn kloten ! Waarom zouden we naar dit rancuneuze geschreeuw luisteren? Deze zo volstrekt ten onrechte bekroonde roman hoort thuis bij het vullis waaruit hij is voortgekomen. Herman Jacobs “

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *