Geen tijd voor gendergelijkheid

Ik verstond niks en stond in een vol erf met zwart en wit geklede mensen te luisteren naar de gebeden van Moslim Javanen. Kleinkinderen van de overleden persoon, wiens lijk in de woonkamer lag op de grond, in een kist, bekleed met een groene in Arabisch beschreven doek liepen onrustig heen en weer. Hun handjes graaiden in de ijsbox. Een enkele ouder riep luidkeels sjjjjjjj! De onschuldige kinderogen keken  dorstig naar de flessen cola die onder een kleine tafel stond die als bar diende. Er was zacht geroezemoes toen de moslimpriesters hun verzen chantten. Het had iets moderns en ouderwets tegelijk. De mannen zaten op de grond, de lijkenkist in bepaalde richting in de woonkamer. Ik vond het heel even eng en waande mijn eigen lijk in een woonkamer. Dat is traditie fluisterde een vriendin mij in de oren. Ik dacht even na en zei, nee het is cultuur. Ze knikte ja. Of was het toch beiden? Het woord Allah hoorde ik bij zang en gebed. Er gingen bakken langs, bedekt met bananenbladeren, op weg naar de keuken. Sjjjjj zei ik op gegeven moment toen ik achter twee kakelende oude vrouwen stond. Het bleef maar doorgaan, onder die sluiers van ze. Een had een pokdalig gezicht, dat zag ik zo van de zijkanten. Een beetje respect opbrengen maè, wilde ik zeggen, maar ik hield me in. ‘Wij vragen vergiffenis, als we iets verkeerd hebben gedaan.’ zei de voorganger in Nederlands. Ik hoefde de taal niet te verstaan om te voelen wat er door de naaste familie heenging. Een meisje naast me werd onwel, ik hoorde de echtgenote zachtjes kermen en ik zag de zoons zich kranig houden. Ze stond op de achtergrond te wenen, omringd door kennelijk haar zussen en dochters. De mannen hadden de situatie overgenomen. De nieuwe weduwe had 51 jaar met de overledene  geleefd en 9 kinderen gebaard. Wat oneerlijk dacht ik, met mijn creoolse kop, wat oneerlijk dat die mannen zoveel te bepalen hadden in een leven dat zij slechts enkele minuten kende. Mannen van de moslimgemeente. Ik wist niks en vroeg ook niks. Wie ben ik om te vragen waarom ze niet dicht bij de kist van haar man mag staan, die ze nooit meer zou zien. Ik voelde haar tranen om het verlies. Ik kreeg een brok in mijn keel. Zo was het, traditie. Geen tijd voor gendergelijkheid.
De kist ging in de lijkenwagen; iedereen stond. Onverwachts deed de voorganger een hoorbare scheet. Op het zelfde moment verscheen er een brede grijns op het gezicht van de weduwe: alle spanning en verdriet in 1 keer weg! Een van de dochters sloeg de man speels met haar paraplu op zijn billen. Hij was er zelf van geschrokken.
“Beste mensen, nog een laatste gebed.”

Thuis deed ik mijn schoenen uit en waste mijn gezicht.

Voor Ketlien,

Krakti sisa. En vergeef me voor de dingen die ik niet begrijp.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *