Den sma nyan a broodte keba; het brood is al op

Ik zit in het vliegtuig, een beetje licht in het hoofd van de turbulentie en alle gehaaste emoties en ergernissen die je meeneemt bij je vertrek naar Nederland.  Ik ben naar de steward gelopen om te vragen naar wat alcolade of iets met alcohol erin om te snuiven. ‘Neemt u een calpol in mevrouw. Meer hebben we niet. Een andere passagier voelde zich ook misselijk.’
Ik kon het mij niet voorstellen dat je met ruim 400 man in een vliegende kist zit en niet eens een verfrissingsmiddel of dergelijks heb. Enfin, blijkbaar ligt dat in het vliegtarief van de Businessclass passagiers. Met het gezoem van de motor aan mijn oren nam ik mijn laptop en besloot maar te gaan tikken; ik moest mijn ogen open houden, in een poging het duizelig gevoel weg te krijgen.
Ik ben opgegroeid met een paar nichten van dezelfde leeftijd en waar we ons altijd om kunnen vermaken is de grappige onzin die uit monden komt van familieleden wanneer we op feestjes zijn. Mijn tante werd 75 en vooraf worden er altijd verrassingen gepland.  Althans, eerst bijeenkomsten in het kader van die verrassingen. Iedereen wil wel een stem hebben in het geheel en iedereen wil vooral het gelijk hebben of helemaal niks zeggen of niks er mee te maken hebben, om het werk te ontvluchten. “Maar waarom moet ik een lied schrijven, ik ben geen schrijver. Vraag het maar aan Ruth.” Als schrijfster krijg je ook dergelijke schrijfopdrachten met een familiaire inslag. Ik zei ja omdat die tante mij dierbaar is en ja, dat wordt wel van je verwacht. Je weet alleen niet wát je moet neerpennen. Of het nu fictie moet zijn of realiteit. Of het gewaardeerd wordt is een vraag uiteraard. Je weet zoveel van de familie en wil voorzichtig zijn. In mijn drukte van werk en voorbereidingen treffen voor mijn bezoek aan Nederland, heb je echt niet zoveel ruimte in je hoofd om dan nog eens gezellig een dialoog of monoloog te schrijven. Maar ik had het beloofd, dus zou ik het doen.
Ik maak me sinds de goedkeuring van de amnestie-wet en alle gevolgen daarvan ernstig zorgen over de toekomst van de school.
Een vriend van mij had gezegd dat mensen niet weten te waarderen wanneer je emoties aan de dag legt voor datgene waar je geld mee verdient. Ik werd onlangs nog verweten door een bedrijf dat ik te emotioneel had gereageerd over een kwestie waar ik heel kwaad om ben. Ik heb blijkbaar te veel emoties voor mijn werk. Enfin men moet juist blij zijn dat er nog iemand is die emotioneel wordt om haar werk. Met dus de planning via email van tig afspraken om de toekomst van de schrijversvakschool te garanderen, een hond, puppie die ik over een weekje voor het eerst bij de oppas zou achterlaten, ik nog koffers moest inpakken, schreef ik de dialoog.  Gelukkig leende het karakter van mijn tante mij voldoende bronnen om mee aan de slag te gaan. Het zou niet een lang stuk worden, want ja, het was ook niet de bedoeling dat ik haar hele levensgeschiedenis zou tikken. Dus hield ik mij op de beleving vanuit mezelf met haar. Ik probeerde de meest typische karaktereigenschappen van haar in een dialoog te gieten. Volgens mij is het wel gelukt, want ik kreeg een lachsalvo van jewelste van haar jongste dochter, aan wie ik mijn concept voorlas. Gelukkig. Je wil mensen niet teleurstellen, zeker niet omdat men denkt, deze is schrijfster, dus kan ze álles schrijven. En het moet vooral goed zijn.
Maar iets hield me bezig, in het kader ook van die dialoog die ik schreef en dat zijn uitspraken. Als schrijver kun je niet anders dan de hele dag luisteren naar uitspraken. Mijn inspiratiebron is altijd mijn omgeving en ik spits mijn oren extra wanneer er familiebijeenkomsten zijn. Surinamers zijn geboren acteurs en toneelspelers, zo ook mijn familie…
Die week daarvoor was ik ook nog gebombardeerd, of laat mij het anders zeggen, ik had  mij laten bombarderen tot master of ceremonie. Deze functie had ik wel eerder bekleed, maar in werkverband. Je bereidt je voor op de materie, maar met familie en persoonlijke dingen is het toch anders.
Die middag, want mijn MC’s functie zou die avond zijn, lag ik met een verkrampte rug in mijn bed met een print in de hand hardop te lezen. Hier en daar liet ik nog wat streepjes voor de juiste beklemtoning bij de speech en bij het stuk dat ik zou brengen. Een ander nichtje had ik gevraagd of ze wilde meelezen.
De owruyari avond ging goed. Ik ging zo op in mijn rol, mijn stem werd luider naarmate ik mijn act voorlas. Die avond daarvoor hadden we via skype gerepeteerd. ik schoot zelf in de lach en vroeg me af hoe ik met een glad en ernstig gestreken gezicht al die grappige dingen zou kunnen uitspreken. Het was niet de bedoeling om te gaan schaterlachen om mijn eigen stuk. Stel je voor! Het terras waar we met zn allen zaten, groot en klein, jong en oud, bulderde van het lachen toen ik samen met mijn nichtje de typische dialoog met nog de nodige pantomime uitsprak.
‘Jullie letten op me noh?’ was mijn tantes opmerking aan het eind. Daar zijn schrijvers voor tante, dacht ik. We letten op en zien alles! Soms teveel. Een stevige dankjewelbrasa kreeg ik na het stuk. Het werd gewaardeerd. We hadden alles op de luchtigheid gehouden. Gelukkig. Haar dankwoord naar ons toe was inspirerend. Ik gaf mijn vitale, flamboyante tante van 75 een stevige brasa terug.
Na het uurtje van de familie kwam een dominee bidden. Bij het gezang proestten mijn nichtje en ik het uit na slechts één blik met elkaar uit te wisselen. De liedjes werden met de nodige canon aangevuld door mijn oom die zijn stem soms heel hoog en heel laag liet klinken, en die de melodie van het lied, althans voor mij, danig in de war bracht. Gegiechel achter de blaadjes. Het leuke is dat mijn oom met alle ernst op zijn gezicht, de canon zingt. Heerlijk zulke momenten.
We hadden na het familiedeel een pauze en een broodje pom gekregen voordat de dominee kwam om een uurtje gebed te doen, net voor 12 uur. Traditiegetrouw hoort er ook een serieuze reflectie bij, een woord van dank, gebed. 
Het gebed werd een heuse meditatie, want toen ik mijn ogen opende zag ik alle ogen gesloten, in diepe slaap, alle moeheid van de vrijdag, hangend, handen in elkaar. Ik vroeg me af of men stiekem sliep. De ogenleden waren stijf op elkaar geknepen. Maar de woorden waren sterk van kracht en diepe bezinning.
Toen mijn ogen opende hoorde ik mijn oom het volgende zeggen: ‘normaliter bidt men eerst tot god om hem brood te vragen en eet men daarna. In dit geval is het omgekeerd. ‘Maar den sma nyan a broodte keba!’ Mijn nichtje en ik wisselden een blik en we schaterlachten tot we tranen kregen. Mijn nichtje wenkte en zei me dat ik deze uitspraak zeker ooit moest gebruiken in mijn teksten. Ik dacht niet lang na, griste naar mijn pen in mijn tas en schreef het woord op. “Broodte.” Wie verzint zo een woord! Alleen mijn oom.
Die avond van het grote feest werden er naast het rijkelijke buffet worstjes aan een stokje geserveerd. Een andere nicht trok een vies gezicht; Wié eet nu worst aan een stokje?! En toen hoorde je die neef plagend; “Je houdt niet van worst noh? Anderen kregen de stempel teveel van worst te houden… Hilariteit onder vooral de dames.

Mijn nichtje schudde handen van gasten: “Dag meneer.”
“Meneer? Ik ben je oom!”
“Maar u bent een meneer toch? “
“Oh,? zei die oom, “dus dat is het he!” met een verontwaardigde blik, alsof ie wilde zeggen, wat een vrijpostigheid, de jonge mensen van tegenwoordig, ze herkennen me niet, geen drupje respect voor eigen bloed! Mijn nichtje liet die ‘oom’ wiens bestaan ze niet kende, achter in zijn verontwaardiging, of was het eerder belediging… 
De band speelde gezellige Surinaamse muziek. Een langgerekte -Jawel- was een stopwoord van de voorzanger. Handen gingen omhoog, billen en heupen swingden, hier en daar werd er lichtjes “gebomd”, de typische danspasjes van de oudere generatie die de jongere nooit zou kunnen nadoen waren gezellig om naar te kijken. Mijn tante leefde zich uit, om wanneer het haar teveel werd, uit de danszaal te sprinten, in een toevlucht naar koele lucht. Het was warm in de zaal. De dansdruppels dropen van de gezichten en halzen. De drank ging gulzig naar binnen. De snelle stukjes van de drum, trompet en de stem van de voorzanger werkten aanstekelijk op de heupen. Ik heb nog steeds een slechte conditie constateerde ik, toen ook ik naar buiten rende om de koele avondlucht te happen. Na de vele nummers werd ‘de laatste vloot’ aangekondigd, iedereen werd verplicht te komen of meegesleurd op de dansvloer. Tante was 75, oma was jarig!
De ellebogen werden in elkaar gehaakt, er werd een kring gemaakt en benen schuifelden heen en weer,
De klok wees 12 uur. Het feest was afgelopen. Iedereen blij, dankbaar en bezweet.
Kwam er een verre ‘Onverwachtse’ nicht mijn vreugde verstoren om 12.15 uur in de nacht : “Kan je me een lift geven?”
En dat aan de vooravond van mijn vertrek…
Familie, you just got to love them.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *