Op zoek naar toen

Dit was de tweede keer dat ik in het gebouw van het Nationaal Archief stapte. De eerste keer was het bij de boekpresentatie van Dobru’s biografie en op 26 maart stapte ik samen met een groepje vrienden het gebouw binnen voor een rondleiding. Alles was georganiseerd door Henna Guicherit, onze ‘touroperator’, die van alles organiseert; wandelloopjes in Commewijne, de heuvels van Boca Talba op Curacao met een Antilliaans accent, vlieger-wedstrijden,  trips naar Cayenne en Fortaleza en dit keer het Nationaal Archief.

Mevrouw Tjien Fooh, de directeur, heette onze groep van harte welkom met lekkere koffie wat ons echt als ‘gasten’ liet voelen. We zagen eerst een uitgebreide powerpoint presentatie met gegevens over het gebouw, de geschiedenis, het bestand, de typen archieven en wat al meer. We zagen foto’s van archieven die argeloos in opbergkamers of garages waren aangetroffen van ministeries en commissariaten, personeel in mondkappen en veiligheidskleding, om slangenbeten en vleermuizenpoep ver van lichaam te houden. Je houdt het niet voor mogelijk wat het personeel allemaal moet doorstaan om de archieven die nog bestaan te redden van vernietiging en verdwijning. Probeer je een voorstelling te maken van 5 kilometer aan archieven, verdeeld in 6 depots, 3 links en 3 rechts. De oudste krant dateert uit 1808. In het Nationaal Archief worden documenten geconserveerd, gedigitaliseerd en ontsloten. Dat laatste is niks anders dan een code geven aan de documenten. Een code en classificering zodat wanneer bezoekers iets nodig hebben het personeel er gauw bij kan.

“De Nederlandse regering heeft voor de financiering van wel 5 miljoen euro gezorgd en het onderhoud is voor rekening van de Surinaamse regering. Jaarlijks zit er 2 miljoen* SRD op de begroting voor onderhoud,” zei mevrouw Tjien Fooh. Ik hoefde niet te vragen of de overheid aan haar verplichtingen voldoet, de stille uitdrukking op het gezicht van die aardige mevrouw zei genoeg. Gelukkig vertelde ze over de deskundigheidsbevordering waar onder trainingen, die het personeel neemt voor een stukje zelfredzaamheid. Een groot deel van de archieven moet nog uit Nederland naar Suriname overgebracht worden. De opslagcapaciteit is voor 25 jaar, er is nu nog 6,5 km ruimte beschikbaar. Ik vroeg hoeveel van het totale bestand is ontsloten. 40% ongeveer kreeg ik als antwoord.
Het depot waar de conservering plaatsvindt was voor mij het interessants. Althans, nee, alle depots waren interessant. Ik zag voor het eerst Japans papier, een soort silicoonpapier die beschadigde, door water of insecten,  documenten opvulde, in speciale bakken gingen, gelegd op machines die alles deden. Persen, drukken, drogen, stofzuigen. Werkelijk fantastisch wat voor machines met behoorlijke capaciteit men daar heeft staan, enkel om papier te redden. Mijn waardering steeg alleen maar en meer nog voor de mensen die er werken. In de microfilm-kamer (ik noem het maar zo) konden we zien hoe kranten werden gefotografeerd, tot 23 maal verkleind en dan ontwikkeld in de ‘Donkere kamer’. De rolarchieven op de bovenverdieping waren zeer modern. Ik had een paar jaar terug het voorrecht in de archieven van het KITLV [Koninklijk Instituut voor Land Taal en Volkenkunde te Leiden] te piepen en had precies dezelfde gezien. Op dat depot vroeg ik meneer Roemer of ik de kranten van december 1982 mocht zien. En ja, ik zocht 8 december op en daarna en vond niks aan meldingen van moorden of iets dergelijks. De censuur spatte er vanaf! Een deel van de groep was al in de studiezaal gedoken, op zoek naar herkomst van familienamen, verzwegen aanverwanten enzo. Een slavenregister uit 1848, de kaarten uit de Volkstelling van 1921, De West en De Ware Tijd cahiers van tig jaar terug, allen ingebonden in zuurvrije archiefdozen in ruimten gekoeld op speciale temperatuur.

Mijn vingers en ogen bladerden door kranten uit 1942, 1991, 1992, 1848 en meer. Het vergeelde papier rook naar geschiedenis, de teksten en pentekeningen vertellen en verbergen tegelijk veel en lieten een grote nieuwsgierigheid bij me achter.
“Weet u een jaartal, mevrouw?,” zei de baliemedewerkster toen ik de eerste chinees met de achternaam San-A-Jong wilde opzoeken. Natuurlijk wist ik dat niet, dus werd ik geplaatst achter een computer waar ik zelf op alfabet de registratie kaarten door mocht fietsen en ja, na nauwelijks 10 minuten vond ik mijn overgrootvader! Geboren 1887, Bleeder, Nickerie, RK, lijst 59, Kring III, gevestigd Bolletrieoord. Marius San.A.Jong (met puntjes ertussen, geen koppelteken) in gekruld cursief handschrift. Ik moet terug, omdat ik meer moet weten van die overgrootvader en moeder, een negerin uit Nickerie die hij ontmoet heeft en waarvan ik een nazaad ben. Ik moet terug!

*Een kleine kanttekening in dat stuk van Ruth:
Het NAS heeft voor het jaar 2012 ongeveer 2miljoen SRD op de begroting van het Ministerie (BiZa) opgebracht; dit om alle activiteiten die zijn ‘gepland’  voor dit jaar uit te voeren. Hieruit wordt slechts 250 SRD aangewend voor onderhoud van het gebouw en de terreinen van het NAS.

R. Tjien Fooh

DANK JE WEL HENNA!

1 thought on “Op zoek naar toen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *