Game of Thrones Voorbij de fantasie; seizoen 7

Ik probeer niet weer een column te schrijven waar in principe al tig keer over geschreven is. Dit is geen recensie, maar meer een dringende behoefte om weg te schrijven wat de tv-Serie Game of Thrones met mij doet. Wat het allemaal in mij teweeg brengt aan emoties en wat al meer. Ik kwam in contact met de tv-serie op aanraden van mijn vriendinnetje Rachel Kasketi, die ‘parttime’ schrijfster is (en dat zeg ik om haar schuldgevoel aan te spreken om vaker teksten te gaan produceren) ergens 4 jaar terug. Sowieso ben ik niet echt een liefhebber van het genre fantasie. Series die gaan over sociale misstanden in de wereld, conflictrelaties en hospital/medisch, terrorisme en vooral komedies fascineren mij. En natuurlijk ben ik selectief in de dramaseries die ik bekijk. Er zijn tig programma’s op tv of internet te bekijken, maar ik beperk mij echt tot een paar, waar ik meestal goede reviews van heb gelezen. Zo heeft GOT draken en ik ben niet zo van de draken. Enfin. Dus toen ik moed moest rapen om de serie te beginnen, heb ik echt in, denk ik een hele week, 3 seizoenen van 10 afleveringen, elk 1 uur lang gekeken. Je begrijpt dat mijn ogen vierkant waren daarna, maar het intens genot dat ik beleefde kon niemand van mij afnemen. Het geeft je zelfs energie!

Ik kijk anders naar films denk ik. Je zou gewoon kunnen zeggen dat ik er een ‘studie’ van maak. Wanneer je met het vak schrijven bezig bent, kijk je naar dingen als de plot, hoe personages zich ontwikkelen, wat de dramatische ontwikkelingen zijn en vooral de verrassingselementen en gewoon hoe het beeld rolt van de ene in de andere scêne. Niets is zo vervelend als kijken naar films die voorspelbaar zijn. Hetzelfde heb ik met boeken; als ik na de eerste pagina of hoofdstuk geen dingen lees die mij boeien stop ik. Door mijn werk kan ik bijna geen afstand meer nemen van kijken naar stijl, en wat de film met mij doet. Het constante observeren van mezelf is een gewoonte geworden die er niet uit te slaan is. Ik moet wel zeggen dat ik ook wel afstand kan nemen van al die technieken die mij zijn aangeleerd hoor. Het gevoelsmatige, de taalgevoeligheid bijvoorbeeld, of die kunstzinnige details die in films of theater langskomen, is meer iets van mij als het om kunstbeleving gaat. Je hebt het of niet, het is een soort interne redacteur die alleen maar let op dat soort gevoelens. Iedereen kijkt, beleeft fictie anders. Ik heb door het jarenlange lezen, gaan naar theaterstukken, musea en dergelijke een oog voor ontwikkeld. Observeren hoort bij een kunstenaar. Althans, sommige kunstenaars werken alleen van binnen uit, naar buiten. Maar nu word ik cryptisch. Ik grijp dan ook naar een pen en papier om snel de dialoog over te schrijven die ik hoor en elk detail van de filmtechniek in mij op te nemen en in een onbegrijpelijke extase geraken en dus ook een column over schrijven.

Game of Thrones zijn verfilmde boeken in een tv-serie waar George R. R. Martin de schrijver van is. Alles begint bij schrijven; de bron van een goede film begint bij een goed verhaal. Martin is een lekkere dikkerd, die zijn kale kop verbergt onder een barret. Martin heeft een fantastische serie epische boeken geschreven die je als lezer zalig doen verdrinken in de verhalen. Het is schitterende, epische woordkunst. Hoe hij speelt met klinkers en medeklinkers in persoonsnamen/namen van plaatsen, woorden gebruikt die dezelfde klanken hebben van het engels of zelfs Nederlands. Zelfs talen creëren die de acteurs moeten leren: Dothraki en Valerian. Dat is voor mij een ultieme vorm van woordkunst. Eigen woorden maken, eigen taal maken: GEWELDIG. Wat nog griezelig goed is, is dat hij moraliteit (en die ruimte geeft fictie) helemaal overboord gooit. Er is incest tussen broer en zus, overspel, verkrachting, haat en nijd, mensenleed voor jong en oud, achterklap, oorlog, een sterk geloof in Goden, moord, hekserij dat daartegenover staat, maar ook een dodenwereld. Als kijker heb je sympathie of haat voor de personages en ga je zelfs voor hen pleiten, terwijl je in je eigen moraliteit hevig in conflict komt. GOT (ik doe de afkorting maar hoor) is eigenlijk gewoon een symboliek van de wereld waar wij in leven en hoe wij ons met elkaar verhouden. Ik zei het al in eerdere artikelen: in fictie geen ethiek.

Maar wat fascineert zo? Wat dwingt mij om tegen 12 uur in de nacht de tv aan te maken en te gaan kijken, ellenlange plot-theorieën te gaan bekijken op YouTube of over te lezen, mee te doen met discussies op Facebook, afspraken met vrienden af te zeggen omdat ik naar GOT moét kijken. Vier uur in de ochtend opsta omdat de episode nog niet beschikbaar was en ik wilde piepen om te kijken of het er al was. Wat is dat? Dat ik vrienden vraag waar de illegale sites zijn waar je live kan streamen? Waarom vind ik het niet erg dat GOT mij beheerst?

Het verhaal, de acteurs hun engels accent, de mystiek, de filmtechniek, de kleding, de dialogen, het geluid (vioolspel), het lugubere, het vuur, de draken, de macht, de vergelding, de wraak, het venijnige, de terreur van oorlog, de dood, de geestenwereld. Het geeft een soort genoegen: ik lieg er niet om. Gillend met mijn tong naar buiten; mijn handen om mijn hoofd of soms in afschuw, de adrenaline maakt mijn bloed warm en slaat meteen op mijn schouders. Ik sta op, neem dan een scheutje wijn om de zenuwen te kalmeren. Een beker water doet het ook hoor. Om echt letterlijk af te koelen. Ik verander echt in een GOT monster en geniet intens. Dit fenomeen zal overigens in de psychiatrische leer wel een naam hebben, maar dat laat ik aan de psychologen over om voor mij in te vullen.

In elk geval kijk ik smachtend uit naar de Finale episode volgende week zondag! Dan kan ik weer en weer kijken naar Seizoen 1!

GOT, Love it!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *