Tante Nol, toen dertig jaar geleden…

Ze is een schat hè? Tante Nol. Deze vrouw woonde bij mij om de hoek, toen ik nog een klein meisje was met twee dikke vlechten en nog lief… De Sranantongo neti was druk bezocht. Goede presentaties. Er is hoop voor het Sranan! Ik verstond 90 procent van wat gezegd werd. Alle woorden die ik niet kende heb ik genoteerd. Ik zal nog na bellen met de sprekers. Hans Breeveld, Kadi Kadikromo, Sombra, Celestine Raalte, Eddy van der Hilst, Hein Eersel, Guillaume Pool en allen bekenden die steengoede gedichten en voordrachten hebben gebracht. Het was echt een leuke avond. Jammergenoeg veel meer oudere dan jonge mensen, maar dat zijn we gewend. Owru gwenti, evenals de geluidsapparatuur die het moest verliezen van het gedrum op de achtergrond van de Avondvierdaagse Wandelmars die vandaag gestart is. Een heel uur dus gezellige ‘achtergrondmuziek’ waardoor je moeilijk kon verstaan wat gezegd werd. In de pauze liep ik naar de bar om een flesje mopesap te halen en hoorde ik een stem mij roepen. TANTE NOL! Het mag een wonder heten dat ik haar niet ben vergeten. Ik was 7 jaar! Dertig jaar geleden heb ik haar gezien. Jeetje. Ik kon me haar herinneren met haar twee vlechten. Die zijn er nog! Dunner, langer. Tante Nol leek vroeger veel groter. Jeetje, Normandiestraat, waar ik het eerste deel van mijn jeugd heb doorgebracht, ben geboren. Militair Project. Ze woonde met Oom Cor en heeft geen kinderen gehad waardoor ze alle buurtkinderen verwende met snoep en speeltjes. Ik vond als kind ‘Grote mensen’ altijd bijzonder. Misschien omdat je niet zo vrijelijk met ze kon praten. Nu is het anders. Ik maak interessante babbels met mijn nichtje van tien. Soms vraag ik me dan af of ik met een ‘groot mens’ bezig ben. Het leukste vind ik nog dat ze me eraan herinnert dat als ik op reis ga een ketting met een hartje voor haar moet meenemen. Het liefst een zilveren met steentjes want dat vind ze leuker dan die gouden. Toen…toen namen we alles aan wat ons gegeven werd en was je blij met elk kadootje. Tante Nol zag me nog rennen met die dikke vlechten. ” Waar zijn ze Ruth?”
Op mn twintigste weggeknipt. Ik kon de dikke bos haar niet kammen. Mijn moeder ook niet. Deze ontmoeting was bijzonder. Ik heb haar een dikke brasa gegeven en stevig geknepen. Ze vertrekt over twee weken naar haar huis in Groningen-Nederland. Kom ik haar ooit nog tegen?

Lees ook onderstaande link naar een artikel in de New York Times.

De New York Times publiceerde op 23 maart 2008 een uitgebreid artikel over de taalsituatie in Suriname onder de titel ‘In Babel of tongues, Suriname seeks itself’. Het artikel is te lezen op het internet www.nytimes.com/2008/03/23/world/americas/23suriname.html

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *