Taalraad en de taalleeghoofden

De titel is misleidend, maar dat is schrijftaal altijd geweest. De Henny de Ziel stichting heeft het initiatief genomen om een Taalraad in Suriname op te richten. Gisteravond waren inleidingen rond het thema van de linguïsten Eersel en Kramp. De heren lichtten ons in welke rol zij onder andere zal gaan invullen in de komende periode. Het is niet meer opvallend dat er weinig jonge mensen aanwezig waren. In elk geval waren zowat alle taaldeskundigen, taalliefhebbers, beleidmakers en schrijvers aanwezig. Ik vergeet te vermelden dat de minister van Onderwijs er ook aanwezig was. Mijn excuses. De mooie doelstellingen werden ons voorgehouden en de commissieleden die zich daarover zullen gaan buigen. Ik ben blij met het ZOVEELSTE initiatief. Of ze daadwerkelijk tot, en daar gaat het om, het opstellen van die instantie die op het gebied van de taal het adviesorgaan van de Overheid, zullen komen, is een vraag. Een nog belangrijkere vraag is HOE. Enfin, er zijn genoeg deskundigen in het land om die problematiek op te lossen. Is taal te reguleren. Natuurlijk. Want als je het rode stoplicht niet had, zouden we veel meer doden per week hebben.
Eersel gaf een goede analyse, niet in detail en niet te taaltechnisch, van de complexiteit van de taalsituatie. Suriname heeft 19 talen! Can you dig that. Het zal geen gemakkelijke klus zijn. Een paar belangrijke opmerkingen die hij maakte was o.a. dat het kolonialisme grote schade aan de taal heeft gebracht, maar desondanks heeft overleefd. Er zijn daarnaast weinig uitputtende studies over de linguïstische rijkdom van het land. Onze talen zijn niet gestandaardiseerd en over taalbeleid willen we al helemaal niet praten. Goed dus dat deze instantie dat voor ons gaat reguleren. De vraag is nu of de Surinaamse regering door de toetreding tot de Taalunie, dat niet al is? In elk geval noemde een parlementarier luidkeels door de microfoon en met een vinger naar de Minister gericht, dat wij geen APPENDIX moeten worden in het GROENE BOEKJE. Sinds 11 april hebben wij het SWNB, van de hand van Mevrouw Renata de Bies, de enige lexicoloog in het land. Ik heb het boek dichtbij mijn pc, het boek dat overigens een taalbijbel moet gaan worden nog niet ingekeken. Goed vond ik wel dat Eersel de ontwikkelingen gaf van andere talen in de wereld. Surinamers zijn gauw geneigd alleen in de eigen keuken te kijken. Taalmoord vond ik zo een mooi woord dat werd genoemd en een auteur refereerde naar de TAALLEEGHOOFDEN die volgens hem in het parlement en overheid zitten. Mensen van verschillende disciplines mochten opmerkingen maken of vragen stellen en tips geven. Ik durfde niet zo, maar wilde vragen om het SURINAAMS/NEDERLANDS aub als prioriteit van die regulering op te nemen. Als aankomend schrijver wil ik me aan de regels houden. Het SN en Nederlands zijn verwarrend en dat komt in de teksten tot uiting. Als een editor uit België of Nederland mijn teksten lezen, gaat er met een dikke rode pen overheen, maar als ik in Suriname ben, begrijpt iedereen waar ik het over heb. Wat is standaard? Ik weet niet of ik in het SN of Nederlands denk. Ze klinken in elk geval hetzelfde in mijn hoofd. Complex, want wat doe je met iemand die een andere taal als moedertaal heeft, een Javaan bijvoorbeeld. AYBAYA.
Wij schrijvers moeten dergelijke ontwikkelingen in de gaten houden. Tenminste, ik vind het belangrijk genoeg om op de hoogte te zijn van wat er gebeurt op gebied van de wetgeving, de organisatie daarvan en die praktijk/realiteit van de taalsituatie.
En nu ga ik deze tekst herlezen om te kijken of ik mij goed heb geuit. Schrijftaal is toch het minste communicatiemiddel om de gedachte en het gevoel weer te geven. Maar wo’ doro!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *