Hoe zal je laatste dag eruit zien…verslag boekpresentatie in Amsterdam

Wat een vraag dacht ik, toen een reporter in Amsterdam een microfoon onder mijn neus duwde en vroeg hoe mijn laatste dag eruit zal zien en of ik ‘drageman’ wil bij mijn begrafenis. Ik kon hem geen goed antwoord geven en hakkelde en stotterde, overrompeld door de vraag.
Een volle bak in Vereniging Ons Suriname in Amsterdam op 11 december, georganiseerd door Uitgeverij In de Knipscheer en Vereniging Ons Suriname. Hartje winter, zondagmiddag. Vrienden, familie, collega’s, journalisten, fotografen, artiesten en boeken. Mijn uitgever, Franc Knipscheer, had samen met Vereniging Ons Suriname de literaire middag georganiseerd waar 2 boeken werden gepresenteerd. De dichtbundel van Bernardo Ashetu en mijn verhalenbundel De laatste parade. Michiel van Kempen en ik zijn beiden door Peter de Rijk geinterviewd. We hadden mooie muziek van Frank Ong ALok op de gitaar, jazzy gezang van Fleur Tolman en Raj Mohan die je net zo raakt met zijn gezang als zijn gedichten. Een hele bijzondere ervaring. Felix Burleson las voor uit de dichtbundel van Ashetu. We zaten te luisteren naar alle moois.

Daags daarvoor had ik mij zogenaamd geestelijk voorbereid. Was eigenlijk meteen nadat ik geland was op Schiphol een paar laarsen gaan zoeken en een net pakje/jurk voor de grote dag. Daar heb ik gelukkig lieve nichten voor die ik altijd gek maak wanneer ik in Nederland ben. Ik was er namelijk erg kort en alles moest moest moest. Paskamers, schoenenwinkels, actietarieven, websiteslinks. Geloof me, elke keer frustreer ik mijn nichten en nichtje: hellep waar kan ik dit en dat vinden!? Om dan niet te spreken van mijn mati Maik die ik elke keer lastig val met foto’s, digitale hebbedingen en meer. Dit keer heb ik een flinke bok gekregen: ‘ Ruth waarom zeg je die dingen niet vooraf?’ Het was of is zo hectisch met werk hier in Suriname dat ik geen tijd heb om aan mezelf te denken.

Ik had ook nog literaire afspraken gemaakt, maar alles gelukkig in Amsterdam. Ik logeer nog geen 15 minuten van Amsterdam Centraal in Amsterdam Noord en met een OV chipkaart die gelukkig nog tegoed had was het van de ene in de andere tram of bus stappen. Mijn oom en tante waar ik logeerde reden me vaak van hot naar her en alleen om bijvoorbeeld een panty van 100 denies te kopen. En dan die 2 dopjes rum, voor de zenuwen…
Maar, we zijn ook ergens in Amsterdam in een sushitent beland waar je 5 gangen had voor 20 euro. We hebben net 3 gangen gered. Aiaiai, zalig lekker! Ik loop sinds september met een ontzettende ‘sushi-craving’ en gelukkig is die nu bedaard…

Maar terug naar de boekpresentatie. Door die drukke kop van me had ik mijn eigen exemplaar vergeten in Suriname. ‘Dat is nu typisch iets voor jou! Het belangrijkste vergeten!’ Alle notities, opmerkingen en vragen had ik in het boek genoteerd. Met schaamte mailde ik mijn lieve uitgever die meteen een exemplaar op de post deed. De volgende dag had ik hem en kon ik me weer inlezen en voorbereiden op het interview.
Ik had wel vaker interviews afgestaan aan Peter de Rijk, de hoofdredacteur en bezige bij dus maakte ik mij daar niet zo druk over.

En dan kwamen ze binnen, vrienden en familie die ik jarenlang niet had gezien, maar die alles van me wisten omdat ze me volgen via de media. Haast beklemmende brasa en opmerkingen over hoe trots ze niet op me zijn. Dat gaf een warm gevoel van binnen, vrienden van Maastricht, Namur en Groningen te zien.
Het interview ging goed, ik was mezelf, niet zeuwachtig. In de pauze was het signeren geblazen. ‘Schrijf iets leuks voor me.’ Oei, en ik heb een fout gemaakt bij een van de boeken notabene: 2 zinnen door elkaar gehaald. Bij een schrijfster ooknog! Ik hoop dat ze me vergeeft. Er gebeurde van alles tegelijk, ik werd gefeliciteerd, gekust, omhelsd, dingen werden in mijn oor gefluisterd, in mijn hand gestopt, verslaggevers die me wilden interviewen…bruya! Maar het was alleszins de moeite waard en gewoon geweldig.

Goed dat ik pas emotioneel werd toen ik in mijn bed lag die avond en als in een korte film weer alles voorbij ging. Dankbaar emotioneel wel te verstaan.
De volgende dag moest ik weer de vlieger op. Mijn oom gooide mijn koffer open: ‘Hoe heb je die koffer zo slordig ingepakt meisje!’

© Masaypics
————————————–
Ruth San A Jong beschrijft de dood met een vleugje humor

door Dominique Snip

DWT 13/12/2011

Paramaribo – Waar menig Surinamer de dood liever ongenoemd laat, ontdoet schrijfster Ruth San A Jong zich van alle schroom in haar jongst verschenen: ‘De laatste parade’. De dood voert als een rode draad in het boek bestaande uit negen verhalen.

Vol inspiratie dook San A Jong jaren geleden in de wereld van doodsrituelen. De fascinatie voor het thema kwam naar eigen zeggen door het begrafenislied ‘Nanga palm wi de go’. San A Jong deed onderzoek en las verhalen over de dood. Ze observeerde, raakte bevangenen en liet vervolgens haar fantasie de vrije loop.

In haar zoektocht stuitte ze op een bizar ritueel van een Aziatisch volk dat de romp van een dode opensneed en vulde met stenen om te voorkomen dat de geest zou gaan dwalen. “Door dat soort verhalen, die ik meekreeg uit de creoolse cultuur en zelf meemaakte in het dagelijks leven liet ik mij inspireren”, vertelt de schrijfster tijdens de tweede lancering van haar boek in de Vereniging Ons Suriname. Het boek verscheen eerder dit jaar in Paramaribo. Volgens San A Jong is de dood een onderwerp waar de gemiddelde Surinamer niet makkelijk over praat. “Laat staan over leest. Daarom heb ik geprobeerd om de verhalen niet al te heftig te maken. Ik schrijf wel over de dood, maar met een knipoog.” Negen keer raakt ze het thema, elke keer vanuit een ander perspectief. Zo vertelt ze over een buitenvrouw die haar slipje in de doodskist van haar overleden minnaar legt, om te voorkomen dat zijn geest haar ‘s avonds komt kwellen.
Ook belicht ze de volgens haar ‘onbezorgdheid’ van een groepje tieners, dat lekker ‘het beest uit wil hangen’. “Een van ze verdrinkt, doordat zijn voet verstrikt raakt in een tak van een boom die dwars over het water ligt. Niemand durft de schuld op zich te nemen. Ik wil daarmee vooral de onbezonnenheid van sommige tieners naar voren halen.”
In het laatste hoofdstuk maakt ze de lezer getuige van het stervensproces van haar moeder. “Ik vond het een mooie afsluiting en goed passen in de serie. Dat verhaal is met heel veel emotie geschreven.” San A Jong zegt met het laatste ook haar frustratie over de psychische zorg in Suriname kwijt te willen. “Men zegt dat ik er een novelle van had kunnen maken, maar je wilt de lezer niet overrompelen. De staat van de psychische zorg in Suriname wilde ik aan de kaak stellen. Ik hoop dat men er iets mee doet.”
Zoals de dood een taboeonderwerp is in Suriname, zo zijn er meer dingen waar volgens haar niet makkelijk over wordt gesproken. “Maar ondertussen gebeuren ze wel in het land, zoals seksueel misbruik.” Schrijft San A Jong, dan ziet zij geen publiek voor zich. “Het schrijven komt bij mij van binnenuit. Ik probeer me in te leven in de personages. Zoals ze zijn, zoals ze denken en praten.” Ze gaat helemaal op in hun rol, zonder concessies te willen doen. “Ik laat ze lekker in de rol die ik ze geef en probeer daar heel ver in te gaan.”
San A Jong zegt erg gevoelig te zijn voor wat er om haar heen gebeurt. “Ooit kwam ik een meisje tegen in het binnenland. Ze was ongeveer 12 jaar oud en had een kind naast zich. Op het moment dat ik een foto wilde schieten, bedacht ik me. Ik was zo aangegrepen door de blik in haar ogen waaruit ‘doe het alsjeblieft niet’ viel af te lezen.” Ze is ook directeur van de Schrijversvakschool Paramaribo die nu vier jaar bestaat. “Ik wil een nieuwe lichting literaire geesten in Suriname. Mensen die vanuit de Surinaamse thematiek schrijven. Schrijvers die blijven en geen eendagsvliegen worden.” Ze zegt al te fantaseren over een nieuw pennenvrucht. “Ik ben een sociaal maatschappelijk georiënteerde schrijfster. De zorg wordt waarschijnlijk mijn volgende thema”.-.

MET DANK AAN:

Franc Knipscheer, Delano Veira, Michiel van Kempen, Myra Winter, Henry Strijk, Frank Ong ALok, Fleur Tolman, Raj Mohan, Nancy Smith en Maik Hewitt, Nicole Smith, Astrid en Humbert Leysner, Thea Wijngaarde, Elisabeth Leynse, Lysbeth, Emerance San A Jong en Sherida Son A Hing, Koos van den Kerkhof, Anne Wil Peterson, Sayida Vanenburg, Sayyid Kersten, Ruth Azijnman, Vincent Soekra, Guno Fris, Christina Falix, Marisa Pieplenbosch, Rielle Mardjo, Kisore Dias, Mildred Del Prado, Jacqueline Kersten, Marcia, Xaviera, Angel, Trinity, Genesis San A Jong, Rita en Bas Verheij, Gert en Dineke Fokkens, Peter Meel, Peggy Brader, Akushla en Shanaih Goelamhoesen, Frank Noë, Lita Gunther, Helen Kamperveen, Celestine Raalte, Urmia van Leeuwaarde, Ewen Cicilson, Dominique Snip en iedereen die aanwezig was en mij heeft ondersteund. Heel veel dank!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *