Heartbreak material

Ik zat al een poos te broeden op het adopteren van een hond. Mijn hondje heeft gezelschap nodig van zijn eigen soort en na hier en daar vragen, wikken en wegen, uitrekenen hoeveel extra uitgaven ik zou hebben stapte ik vastbesloten in mijn auto, de kennel op de achterbank, op weg naar het dierenasiel. Ik had een vriend meegevraagd voor ‘moral support’ en eigenlijk als sjouwer…Mocht het beest te zwaar zijn, dan zou hij me moeten helpen de hond in de auto te tillen. Ik had eerder die ochtend gebeld voor procedures voor het adopteren. Ik zou SRD 130 moeten betalen; de keus was er tussen kleine, middelgrote en grote honden, en mij aan de regels houden. Maar ik zou me eerst moeten oriënteren. Ik was er nog nooit geweest en had geen idee wat mij te wachten stond. Twee aardige dames verwelkomden mij en brachten mij richting geblaf. Ik stapte het traliewerk binnen en een oorverdovend geblaf begon waardoor ik bijna niet verstond wat er werd gezegd. Een even overweldigend gevoel nam bezit van mij: ik slikte de brok die in mijn keel was weg. Waren er zoveel straatkinderen? en straatvolwassenen? De honden gingen allen tekeer alsof ze wilden zeggen, neem mij, neem mij. Het was er erg netjes en toch hing er een zware combinatie van zwerf gemengd met een steriele, haast onaangename geur. Allen achter een hek, luidblaffend. Ik vond het erg en tegelijkertijd was ik dankbaar dat er mensen waren die zich bekommerden om straathonden. Gelukkig was mijn vriend mee want die begon me meteen te vragen welke keus ik zou willen maken voor ik in tranen zou barsten daar. Ik zocht puppy’s en zag achter een hek 4 honden met hele lange poten naar me kwispelen. Die ene leek me wel wat, maar hij was al voorbestemd. En alsof iets mij weerhield om verder te gaan kijken, liep ik terug. Het geblaf van de honden was teveel voor mijn oren. Net tegenover het kantoor zag ik twee puppy’s naar mij kwispelen. Een mannetje en een wijfje. Dat wijfje keek heel timide uit haar bruine oogjes, een fijne lange snuit. Ze werd uit haar hokje getild. Ze was niet lang terug van de straat gepakt en had slechts haar eerste vaccin gekregen. Ik zei meteen ja. Het ging daarna snel, formuliertjes ingevuld, instructies, medicijnen, dokterskaartje, even een groet aan haar broer en ze ging mee op de arm, in de kennel. Ze stribbelde nauwelijks tegen, schrok van de deur die dichtging, stond op haar vier poten tijdens de rit naar een nieuwe thuis. Yuri stond kwispelend zich af te vragen wat er nu ging gebeuren. Een vriendinnetje van eigen soort. Het gesnuffel aan elkaar begon.

Daisy

Daisy, zo heet ze eindelijk. Venice had op haar kaartje gestaan. De naam ik gaf was Miepje, maar een vriendin kreeg constant de slappe lach bij die naam. En toen belde ik naar een vriend die Yuri had bedacht.  Hij was toch goed in hondennamen geven. Lady vond ik afgezaagd. Nou en toen werd het Daisy. Dan maar Daisy, en ze reageert er ook op. Een hygienisch meisje die braaf op haar krant poept of in de hoek van het erf flinke drollen loslaat. Dat stukje was ik vergeten van puppies. Een pekinees heeft kleine drollen. Een straathond…

Ze is nog wat verlegen en bang wanneer er mensen thuis komen, maar dat zal afnemen. De rollen zijn nu omgekeerd wat Yuri betreft. Zij rent nu achter Yuri die dan boos om zich heen begint te happen. Het eten gaat nog gulzig. Morgen gaat ze naar de dokter voor haar vaccinprikjes, wormkuur en meer. En ik ga voort met mijn basic training for puppies van Cesar Milan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *