Belem do Para


Lopen doe ik alleen als ik op reis ben. Mijn verstand was een weekje op nul, op andere gedachten. Met een goede vriendin, die ooit in Brasilia had gewoond, ben ik een weekje naar Belem geweest. Zij wilde graag een keertje terug en ik wilde dit keer niet het collectieve reisgedrag volgen (ahum…Miami, Nederland, Antillen). Vijftien jaar terug was ik er ook geweest, maar toen ik door de slurf van het vliegtuig naar de ontvangsthal liep werd ik verrast door de grote en supermoderne luchthaven. Surinamers halen hun neus een beetje op als je zegt dat je naar Belem gaat. De taal is ongetwijfeld een barrière en er zijn veel zakkenrollers…althans, dat wordt gezegd. Lichtelijk nerveus, mijn portemonnee in mijn jeanszak, en een schoudertas die ik op mijn buik hield stapten wij uit het hotel, op zoek naar een toeristenbureau. De taxichauffeurs stonden buiten het hotel als aasgieren op ons te wachten, maar in gedachten trok ik een bullebak voor hen. Ik had mijn eigen gids meegenomen!
De Brazilianen van Belem waren niet langer geworden en precies hetzelfde gebleven. De korte en brede schouders, veel zwangere vrouwen, kostschoolachtige rokjes, shorts en slippers passeerden mij om de seconde. Je kon voelen dat je tussen 2 miljoen mensen liep. 2 miljoen mooie mensen, allen gebruind door de zon, stevige dijen en kuiten door het af en aan lopen van de heuvelachtige straatjes. En dat alleen al in de hoofdstad van de staat Para. Brazilie is gigantisch groot! Het contrast van de oude huizen die tegen de heuvels aan gebouwd waren en de reuzenwolkenkrabbers had wel een mooi beeld. Een mooi lelijk beeld. Ik werd overspoeld door katholieke symbolen, kruis-en Mariabeelden, kruistekens die de taxichauffeurs maken bij het paseren van een kerk, knielende mensen. Het leek wel een pelgrimstocht die ik maakte, die overigens in de tweede zondag van Oktober zal zijn. Cirio de Nazare heet dit katholieke feest waar 2 miljoen mensen van alle steden van Brazilie bij elkaar komen en allerlei rituelen houden. Het zijn voornamelijk Maria-aanbidders en in een klein moment dacht ik even iets van totale stilte of dat echte nulmoment in gedachten te voelen toen ik uitgeput op een van de bankjes zat in de grote Basiliek waar het Cirio beeld hing. Oude kerken trekken me wel aan. Bij het diner had ik een heftige discussie met Chris over instituties als de kerk, de Paus, Italie et cetera. Om vier uur in de ochtend kreeg ik zo een inspiratie en zocht naarstig naar pen en papier. Mijn laptop was mee, maar mijn batterij was naar de klote en het zou mij teveel moeite kosten uit bed te stappen en te gaan klooien met stekkers en stopcontacten. De volgende dag kocht ik een veel te duur schrift en begon als een wildebeest te schrijven.
Ik was best jaloers op de vrijheid van de Brazilianen. In het weekend had het grootse park overal muziek, artisanale producten en dans. Het was zo leuk om te kijken naar die onbezonnenheid. Een uitgeholde boomstam die als drum werd gebruikt, hippies die met hun sterke handen begonnen te drummen, een indiaanse man met een typisch Braziliaanse rauwe stem die zong, vrouwen in lange rokken die hun slippers uittrokken en spontaan begonnen te dansen in het zand, met de mannen die om hen heen van die snelle sambapasjes en korte heupwiegjes swingden. Een meisje van denk ik 18 jaar ging heel gewillig met haar rug staan voor de tattoo artist met vieze inktnagels, om effe snel, zo tussen de mensenmassa, een tattoo te laten plaatsen. Ik kreeg bijna zin om ook eentje op mijn schouder te doen. Zelfgemaakte popcornkarretjes en dat voor een groot podium voor het Teatro da Paz, waar een groot orkest de duizenden oren tracteerde op prachtmuziek. We hadden geluk, in datzelfde theatergebouw was de operavoorstelling ‘Carmen’. Ik kon me niet voorstellen dat ik daar zat, in jeans, op leren slippers, en niet eens gedouched! Zalig!
Leuk, dat cultuursnuiven. Ik stond maar en het enige wat bewoog waren mijn tenen. Van wie had ik dat nou geërfd?…
‘Ay caramba!’ zei een marktverkoper (ook met vieze nagels) waar ik in zijn handpalm met een pen 42 schreef. Hij had wellicht zelden zo een ‘gorda’ vrouw gezien en notabene met zo een grote schoenmaat. ‘Cuanto, obrigada en tcau’ waren de enige drie woorden die ik goed uitsprak in dat weekje. De rest was een gebrabbel van Spaans, Papiamento, Engels en bij wanhoop Sranantongo, plus nog een grote dosis gebarentaal waar ik zelf niet uit kwam. Dat extra woordenboekje dat Chris had meegenomen had op het nachtkastje gelegen.
Ik overweeg voor volgend jaar naar Cuba te gaan. Dat meen ik echt.

2 thoughts on “Belem do Para

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *