Suriname 33 jaar onafhankelijk

Vandaag is Suriname net zo oud als Jezus toen die stierf. Ik had een column twee jaar geleden geschreven die ik jullie niet wilde onthouden.

Srefidensi

Alsof die ochtend alle journalisten met elkaar hadden afgesproken, dat ze aan iedereen dezelfde vraag zouden stellen:‘Wat betekent eenendertig jaar Srefidensi voor u’. Ik kreeg de indruk dat de journalisten slecht geslapen hadden, hun creativiteit kwijt waren, of heel plichtsgetrouw bezig waren met een soort verplichte verkiezingsenquête. Ik voelde mij bijna gedwongen met meerdere leugens het feest kleur te moeten geven. Ik hield daarom de kaken op elkaar. ‘En waarom viert u dan wel feest?’, klaagde de stem verder. Wat een vraag . Stel dat er antwoorden kwamen als: ‘Wie heeft u verteld dat ik feest vier. Ik ben ambtshalve vandaag op tijd op mijn werk.’ Gouden sieraden bungelden verder en namen hun dragers mee in de richting van de plek waar de president zich had opgesteld. Het rinkelen hield niet op, alsof we eraan herinnerd moeten worden dat Suriname nog steeds het zeventiende rijkste land ter wereld was, terwijl de vrije republiek slechts 31 jaar oud was. Glazen werden gehesen, de tanden getoond en elk gebaar betekende een hartelijke felicitatie in de richting van de president. De traditionele kleding leek een uniform, dat elk jaar opnieuw gedurende enkele uren aan de naftalinebollen mocht ontsnappen. Vorig jaar regende het parachutisten, dit jaar waren het druppels: helder Surinaams regenwater. De bezoekers schenen tegen elke prijs de hoofden droog te willen houden onder een grote tent. Deze regen zal wel een teken zijn van de voorzienigheid. Onder de tent had iemand het lef een goedkoop sigaar aan te steken. De stank was irritant. De pluim van de sigaar kwam van een vrouw die kennelijk de aandacht op haar borsten wilde vestigen. Mijn moordende blik beantwoordde ze met een satanisch genoegen in haar ogen. Ik werd gered door de tonen van het politie kapel die speciale voor deze gelegenheid een dansrite was begonnen waarvan slechts een klein meiske en een oude mevrouw op dansten. Het zweet op de gezichten van de muzikanten schitterde op de mooi gesteven uniformen. Ik had de parade gemist, kreeg ervoor terug een mengeling van zweetlucht, bedorven sigaar en de woorden van de president: “Tel uw zegeningen”.

De avond daarvoor was er een interessante lezing geweest over de mythen rond de onafhankelijkheid. De beelden die werden geschetst haalden herinneringen op aan de strijd tussen klassen, bevolkingsgroepen. Hadden we wel of niet onafhankelijk moeten worden? Wat als dit, wat als dat? Studenten discussieerden daags later over de geschiedenis en schrijvers dachten na over hun maatschappelijke betrokkenheid .
Suriname blijft een lekker land, al is het maar om de bami van Maè, de roti van Roepram en de stem van Limbo, ook al ergeren we ons rot aan de bureaucratie die op alle niveaus te merken is. De koloniale wonden die bij oudere generaties nog schrijnen, de onderhuidse discriminatie, het geweld dat kinderen wordt aangedaan, de macht van de kassierster en de laconieke laksheid van de overheid, de files waarvan er net zoveel zijn als supermarkten, de grondvergunningen die onrechtmatig worden uitgedeeld. Alles neem je voor lief, omwille van al die mooie dingen die Suriname wel heeft: Dawet, Kemplang, Pom en Moksi Aleysi. We hebben nog praktisch een maandje om jaarrekeningen af te ronden, workshops die gepland waren voor eind 2006, nog te houden, kerstversiering te kopen, vuurwerk in te slaan, rijen te vormen bij banken, om dan het nieuwe jaar te starten.
Lang leve Suriname! Hoereeeee gilt de tuin van het paleis! Het is een gezellige mengelmoes. Zoals de moskeeën naast de kerken staan, zo staat alles los en vast naast elkaar in het land van de grote mythes. Op het erf zie ik de grote dichter Michaël Slory in zijn netste plunje, op zoek naar inspiratie voor zijn volgende gedicht.

1 thought on “Suriname 33 jaar onafhankelijk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *