Schrijf god alsjeblieft met een hoofdletter G!: reflectie van een pseudo-christen

Er is een innerlijke woede die elke dag groeit in mij, naarmate ik meer historische boeken en verklaringen lees van niet-westerse wetenschappers over de zwarte mens en hoe die zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld en zich nog steeds ontwikkelt. Ik kreeg bij de 150e viering van de afschaffing van de slavernij, een soort ontwaking toen ik het boek van wijlen Fred Budike, “De vroegernij”1 van redactioneel advies voorzag. Ik kwam dat jaar in een ongelooflijk dilemma terecht dat vanaf ik jong was onbewust in mij borrelde. Het leven geeft tot je 30ste geen antwoorden, alleen maar vragen. In de zoektocht naar mijzelf wat ik eigenlijk nu echt wil met mijn leven, ben ik constant aan het nadenken. Niet dat ik eruit ben, maar intussen geeft het ervaren leven je een plek om verder te gaan. Ik ontdekte bij die ontwaking dat die innerlijke weerstand begon bij het feit dat ik denk in de Nederlandse taal. Ook dat ik eigenlijk geen identiteit heb; want die was vooral weggeslagen en veranderd in namen en nummers van eigenaren op plantages. De slavenregisters zullen ook niet de juiste aantallen weergeven zijn: misschien om belastingen te ontduiken; of niet te melden hoeveel van de tot slaaf gemaakten in de zee, onderweg naar Suriname, waren gesprongen. Hoe warrig moet je geest zijn, bij een identiteit die niet de jouwe is. Die overvloed aan gedachten en gevoelens kon ik nooit plaatsen. Er heerst een natuurlijke rebellie in mij tegen alles wat zwarte mensen, vrouwen, kinderen en dieren misbruikt, onderdrukt en mensenrechten in het algemeen schendt.

En ja, wat moet je als je in een rooms-katholiek milieu bent opgevoed in de jaren zeventig. Elke ochtend braaf je handjes moest vouwen in een innig gebed tot de Heer met de vraag je te beschermen voor het kwaad en wat dies meer zij. Toen het Onze Vader wat aanpassingen kreeg, raakte mijn conditionering ook danig in de war. Bij kerkdiensten weet ik nog steeds niet wat de laatste regels moeten zijn. ‘Migado’ floept er dagelijks tenminste tien keer uit mijn hersens of mond. Het katholieke dogma zit diep in mij.

Fragmentarische gelovige
Mijn observaties beperken zich tot mijn eigen leven, mijn directe omgeving, mijn jeugd, mijn families en vrienden. Het is voor mij vooral een persoonlijke belevenis en volgens mij weet je niet in hoeverre anderen naar het begrip ‘geloven’ kijken. Mijn observaties beperken zich dan ook tot wat ik met mijn zintuigen waarneem, hoe mensen zich tot elkaar verhouden hier in Suriname, en natuurlijk de gang naar de kerk. Geloven doe ik absoluut, maar een vaste religie heb ik niet. Naarmate ik ouder word, krijg ik steeds meer een aversie tegen de institutie-religie. Ik geloof wel in een oerkracht, een energie, een scheppingselement. Maar verder dan die gedachte kan ik niet gaan. Ik doe het ook niet. Ik kan er geen scherp kader omheen plaatsen. Ik zou mezelf de term ‘fragmentarische gelovige’ daarom makkelijk toekennen.

In den beginne
Je moet je voorstellen; ik ben gedoopt door wijlen Joop Vernooij in 1970, die hetzelfde jaar als wijkpriester begon bij de Sint-Clemenskerk, een katholieke kerk in de Wijk Kwatta. Joop sloeg op mijn zacht babyhoofd met een bijbel ‘Hoor het woord van de Heer!’ Het was zo een hilarisch gebeuren, dat de kerkbanken altijd vol waren bij doopdiensten, tot het vertrek van Joop in 2001. Het was een trekker voor de parochianen om de wiebelende hoofdjes te zien dansen onder de grote zwarte bijbel. Joop was een ‘rebelse, flexi’ pater. Hij maakte het naar de kerk gaan sexy voor de jonge mens. In een afscheidsspeech2 die ik mocht houden in de Kathedrale basiliek, vertelde ik hoe hij had bijgedragen aan mijn christelijke vorming. Mijn grootmoeder, wijlen Cecilia Muntslag, was eerst een schoonmaakster die samen met haar kinderen en kleinkinderen de kerkbanken van stof en zand ontdeed. Langer dan 40 jaar gaf ze haar krachten als vrijwilligster aan de kerk. Het was wel een vanzelfsprekendheid: de dienstbaarheid. Wij, kinderen en kleinkinderen, waren dan ook eeuwig tijdens hoogtij-vieringen zoals kerstmis, Pasen en Advent bezig broodjes pom te beleggen, of de zogenoemde Bunkopuseri3 of soep-ochtenden te organiseren. Het dak van de kerk donderde op 17 juli 1998 (van de houtluizen die het hadden ondermijnd) naar beneden. Gods genade had ons gespaard dat het instorten van het dak niet gebeurde tijdens een dienst met 300 mensen! Het werd gerepareerd met centen van al die kleine verkoopochtenden die mijn grootmoeder samen met andere vrijwilligers hadden ingezameld. Een dagje had ik er genoeg van en zei ronduit aan mijn grootmoeder die mij om vijf uur in de ochtend had wakker gemaakt, dat wij nooit in de kerk zaten wanneer het kerst was. Wij stonden altijd in de recreatiezaal dingen te verkopen aan de kerkgangers na de diensten. Ze had mij verbaasd aangekeken, en ik had een bot antwoord terug verwacht, maar ze gaf mij gelijk. Ik weet niet meer of het meteen minder werd, dat ze ons vroeg om mee te helpen, of omdat ze ouder werd en minder actief in de kerk was. Aan het eind van haar‘christelijke carrière’ was ze predikant bij diensten. Ze was al 80 toen de grote recreatiezaal naar haar werd vernoemd. De dienstbaarheid van mijn grootmoeder heb ik altijd bewonderd. Ze gaf ons, haar kinderen en kleinkinderen altijd de ruimte om ons eigen ‘ding’ te doen. Naar de kerk gaan was geen verplichting. Natuurlijk gingen anderen hun eigen weg op, zoals ik op mijn achttiende, toen ik een Transcedente meditatiecursus(TM) volgde en verwoed elke ochtend en middag 20 minuutjes mediteerde. Daar leerde ik de principes van de Ayurveda kennen, die haar grondbeginselen heeft in het hindoeïsme. 

Gado de alape, God is overal
Mijn denken en doen zijn vooral gebaseerd op de invloed die ik meekreeg als kind van verschillende religies. Dat was een zus van mijn moeder die van de ene op de andere dag in een radicale Jehova’s Getuige veranderde, mijn moeder daarin meenam, ons overspoelde met ‘Ontwaakt’ en ons uitnodigde om op Congres te gaan. Ik ging er nooit. Ik bleef loyaal aan mijn grootmoeder en de St-Clemenskerk. Je ging er elke zondag om naar het woord te luisteren, kracht eruit te putten en het evangelie als leidraad mee te nemen voor de week. Dat waren échte christenen. Ik weet niet eens of mijn oma teleurgesteld was in het feit dat ik mediteerde. Zelf ervoer ik TM juist als versterking van die religieuze beleving. Kwam er nog bij dat mijn moeder psychotisch was sinds mijn geboorte (of volgens de onlangs erkende winti-religie, een kunu4 droeg) en ik op mijn twintigste naar antwoorden zocht. Dat heette de ‘Beproeving van het leven’. De kwaliteit van mijn moeders leven was een hel, als ik in de terminologie van de christenen mag blijven. Ik zocht naar antwoorden: waarom was ze psychotisch? Wat was de oorzaak? We baden zoveel, hadden ook nog de katholieke pater die exorcisme had toegepast, en toch kreeg ze elk jaar rond mijn geboortedag een psychose. In filosofische en esoterische boeken zocht ik naar antwoorden voor haar manische aanvallen, ging ik op mijn knieën wanneer het mij teveel werd en vervloekte ik God toen mijn moeder het huis van haar zus in brand stak. Ik was moe van gesprekken met psychiaters, wilde vluchten, omdat in mij dat protest bleef branden vanbinnen. Ik weet tot de dag van vandaag niet hoe ik dat allemaal heb kunnen doen, leven met een psychotische moeder. Maar nu zijn we bijna 40 jaar verder en ik zit in het grootste religieus dilemma ooit: bestaat er nog een God?

Ik maakte grapjes met Bisschop Choennie, toen nog priester bij de Clemensparochie, dat mijn rug mij pijn deed op die slavenbanken. Het waren grapjes, maar meer nog om mijn geringe kerkbezoek te verklaren. Nog altijd heb ik een grote hekel aan die veel te smalle houten banken die mijn rug tijdens de diensten laat branden. Dat gekniel vond ik ook maar niks; in de jaren 80 – 90 waren er nog geen kussentjes, dus was het een pijnlijke ‘knielendans’ op de houten banken. Hostie op de nuchtere maag (Want het was ten strengste verboden te eten vóórdat je hostie had gekregen). Gelukkig kwam daar verandering in, want mijn grootmoeder moest haar bloeddrukmedicijnen innemen, anders werd ze onwel bij het heen –en-weer geloop vooraf, aan de dienst, alles aan het organiseren. Naar de kerk gaan doe ik alleen nog bij het overlijden van iemand. Bij mijn moeders begrafenis vond ik zo een kracht in de preek die gelukkig geen lippengeprevel was, maar een van troost. Mijn moeder was verlost van haar zware leven. De dood was voor mij een opluchting. 

Ik wil die oeverloze discussie niet hebben over wie een echt christen is. Iedereen heeft een eigen definitie. Sinds die ‘ontwaking’ lees en ervaar ik religie totaal anders. De weerstand hiervoor groeit daarmee ook… Er is zoveel krom dat met bidden recht wordt gesproken. De mens wordt steeds individualistischer en gaat naar de kerk om alleen voor zichzelf en de naaste familie te bidden. Ik mis die empathie van mijn oma wanneer een van de “misdienaren”, een arme lichtelijk gehandicapte jongen bij haar kwam: ‘Mevrouw, heeft u een beetje rijst en twee uien voor mijn moeder, ze laat vragen.’ Dat was het beeld dat ik elke week zag. Dit is voor mij een christen: goed leven met anderen. Mijn grootvader mopperde op de achtergrond dat die jongens wel eens de tuin mochten schoonmaken of tenminste iets terug doen, maar mijn grootmoeder ging ongestoord verder. Ze zorgde zelf ook voor haar eigen groot gezin. Maar ook voor nichtjes die hun moeder of vader vroeg hadden kwijtgeraakt. En niet te vergeten, ik, haar kleindochter met een psychotische moeder. Een ieder kwam en mocht langskomen in haar herberg. De enige waarneembare verklaring die ik had, voor haar kracht, was dat ze elke avond rond tienen bad met een bijbel of gebedenboek, de handen ineen gevouwen. De tv was al uit; iedereen op zijn of haar eigen kamer. Soms zat ik erbij en ik genoot niet eens van de woorden, maar meer van de serene sfeer die er hing in de kamer. Dat zijn archetypische ervaringen waar ik, nu ze er bijkans 10 jaar niet meer is, nog dikwijls aan denk. Mijn grootmoeder heeft mij geleerd om stil te zijn in moeilijke momenten. Te praten met God. Ik weet nog dat als ik mijn ogen sloot en dacht: “God, hoe ga ik dat doen?” er als uit het niets een oplossing kwam. 

Hybride-god
Ik heb een eigen god. Het is een god zonder hoofdletter. ‘Schrijf god alsjeblieft met een hoofdletter G!’ Dat was een reprimande die ik kreeg bij een app. Dan was het ‘Onze bijbel is dé bijbel, dé waarheid, dé vertaling!’ Ik ben vaker aangesproken op dergelijke religieuze trivialiteiten en ik dacht steeds bij mezelf:geklets! Dat krampachtig omgaan met de ‘letter des bijbels’ vind ik niet normaal. Ik geloof dat er een mechanisme is dat ons uit problemen haalt, ons verder laat leven bij ongeluk, verdriet, pijn en tragiek. Ik weet niet wat de naam ervan is, maar dat het misschien die kracht, die energie die een mens eigen is. 

Mijn god is een hybride-god die ik aanbid. Het is vooral een zonder naam, zonder gezicht, zonder een kleur of geur, zonder vorm, maar alom aanwezig. Die god is een beetje boeddhist, een beetje rooms-katholiek, een beetje Anana, een beetje vrouw, een beetje man, een beetje Jehova getuige, een beetje moslim, een beetje hindoe (een beetje veel hindoe) en soms atheïst.

Wat is de ware religie als die claimt de ware te zijn? Al het andere is satanisch of heidens. Toen ik dat een keer naar mijn hoofd geslingerd kreeg, heb ik de vriendschap terstond beëindigd. Dat ging mij net te ver. Ik had al zoveel beledigingen en hartzeer in mijn jongere jaren moeten slikken omwille van de religie. Mijn grens was bereikt voordat ik veertig jaar oud was. Het fenomeen van ‘veroordelen’ dat in mijn ogen ‘cultuur’ is bij elke religie; kan ik niet meer hebben. Als er geen wederzijds respect is, houdt luisteren voor mij op.

Luisteren en zwijgen
Ik heb mezelf heilig beloofd dat ik meer zou luisteren naar mensen die iets te zeggen hebben over religie en niet met hen in discussie gaan. En ook niet reageren op uitnodigingen om naar kerkdiensten te gaan. Bij een begrafenis was de religieuze discussie heftig: de katholieke groep werd verweten aan ‘dodenverering’ te doen. Die ervaring zal ik nooit vergeten. Men liep boos weg. Het was een bizar vertoon. Dan zit je met je verdriet, want je moeder is overleden en dan komt iemand met de luidste stem verkondigen dat datgene waarmee je bezig bent, heidens is. Ik kon het mij niet voorstellen dat zoiets gebeurde. Ik zat er met tranen bij. 

Er is naar mijn gevoel wel degelijk een universele kracht of energie: iets dat ons drijft. Wanneer ik naar het fenomeen van ‘in tongen praten’ of in een hypnose raken kijk, zijn er voor wat mij betreft precies dezelfde kenmerken, zoals het spastisch schokken van het lichaam, gillen, heftig ademen, gesloten ogen en dergelijke. Sowieso is het in trance raken een natuurlijke eigenschap van elk mens, ongeacht de etniciteit. Het heeft gewoon een andere naam bij de verschillende bevolkingsgroepen. Ik vind het dan ook niet vreemd dat bij de zogenoemde ‘handjeklappekerken, de kerkgangers zo worden opgezweept totdat ze in trance raken. De Charismatische Vernieuwing in de rooms-katholieke kerk heeft: denk ik, precies diezelfde karakteristieken bij de diensten. Collectieve gedachten hebben kracht. Al die zintuigelijke prikkels hebben invloed op het lichaam. Als iedereen dezelfde gedachte heeft en dezelfde focus op die energie, gebeuren er wonderen. Ik ervaar het niet anders. Het is een fysisch gegeven. Ga je een ruimte in waar alle mensen lachen, doe je spontaan ook mee. Ga je een ruimte in waar iedereen boos is, dan voel je die boosheid. Niks is heidens of satanisch zoals sommige kerkelijke leringen verklaren. Het zijn natuurlijke processen. Het is energie en vibraties die worden uitgewisseld.En ja, ik geloof in kwantumfysica.

Het lijkt een doolhof van religieuze visies in mijn hoofd, maar dat is het vooral niet. Ik probeer zoveel mogelijk bewust te leven met deze normen en waarden: niet moorden, niet jaloers zijn, mededogen en empathie hebben voor anderen. Soms wil je iemand best iets aan doen, maar gelukkig blijft het bij gedachten. Dat de gebeden of liedjes soms in mijn onderbewustzijn omhoog schieten in de ochtend, daar kan ik niks tegen doen. Ik kan ook niet terug naar het compleet denken in het Sranantongo of een andere taal. Mijn bewustzijn spreekt nu eenmaal Nederlands. Ik denk in de taal die mij het beste ligt. Het is wat het is.

Ik merk wel een soort globale/universele awakening bij de mensen. Dit komt wellicht door de kerkschandalen die in het openbaar komen binnen de kerken of gemeenten. Seksueel misbruiken, pedofielen, vrouwenonderdrukkers, of zij die armoede ontvluchten door priester te worden en zichzelf verrijken. Maar ik kan mij vergissen… Ik werd wreed gestoord tijdens mijn middagdutje om drie uur door een megafoon die schalde dat het de laatste dagen zijn. Garages veranderen in zaaltjes waar christenen luidkeels hun god dienden, tot grote ergernis van mede-buurtbewoners. Het wordt allemaal toegestaan in ons Suriname, het land waar 80% religieus is. Dat mag vooral, omdat de universele rechten van de mens dat toestaan. Wat gebeurt er dan met de wet van geluidsoverlast? De christelijke tegenreactie is vaak dat de duivel zich in je genesteld heeft, anders was je niet naar de politie gestapt om de kerkmensen aan te geven. ‘God zal overwinnen!’ juicht men dan.

Ik heb die massale hypnose waarin kerklieden zich aan overgeven bewonderd. Of nou ja, er met enige fascinatie naar gekeken. Een mens heeft, denk ik een mechanisme nodig om zich aan vast te klampen wanneer hen tragiek, dood en ziekte overkomen. Ook wanneer zij hun verantwoordelijkheden niet aankunnen en van zich afschuiven.

Het dilemma van de identiteit
In mijn idenditeitsdillemma, zoektocht naar het zwart bewustzijn, kom ik heel wat boeken en visies tegen waar ik het volledig mee eens ben. Althans, hun visie kan ik in zekere mate delen.

Bill Maher5, een amerikaanse tv host en atheïst zei het volgende in zijn documentaire ‘Religulous’.


“The irony of religion is that because of its power to divert man to destructive courses, the world could actually come to an end. The plain fact is, religion must die for mankind to live. The hour is getting very late to be able to indulge in having in key decisions made by religious people. By irrationalists, by those who would steer the ship of state not by a compass, but by the equivalent of reading the entrails of a chicken. “

Verder

“ Faith means making a virtue out of not thinking. It’s nothing to brag about. And those who preach faith, and enable and elevate it are intellectual slaveholders, keeping mankind in a bondage to fantasy and nonsense that has spawned and justified so much lunacy and destruction. Religion is dangerous because it allows human beings who don’t have all the answers to think that they do.” 

The only appropriate attitude for man to have about the big questions is not the arrogant certitude that is the hallmark of religion, but doubt. Doubt is humble, and that’s what man needs to be, considering that human history is just a litany of getting shit dead wrong. This is why rational people, anti-religionists, must end their timidity and come out of the closet and assert themselves. And those who consider themselves only moderately religious really need to look in the mirror and realize that the solace and comfort that religion brings you actually comes at a terrible price. If you belonged to a political party or a social club that was tied to as much bigotry, misogyny, homophobia, violence, and sheer ignorance as religion is, you’d resign in protest. To do otherwise is to be an enabler, a mafia wife, for the true devils of extremism that draw their legitimacy from the billions of their fellow travelers. If the world does come to an end here, or wherever, or if it limps into the future, decimated by the effects of religion-inspired nuclear terrorism, let’s remember what the real problem was that we learned how to precipitate mass death before we got past the neurological disorder of wishing for it. That’s it. Grow up or die.”

Waarom zou ik niet luisteren naar Bill Maher? Want hoe we met elkaar leven, is toch de manifestatie van hoe de religie werkt? Of is dat een verkeerde conclusie van mij?Die dubbelzinnigheid van kerk en politiek scheiden, is ook zo iets waarbij ik denk: wacht even, de meeste politieke leiders zijn voorgangers. Tot voor kort had je nog onze bisschop die zich met het 8 december strafproces bemoeide en een felle tegenstander was van de regering of Desi Bouterse. Vanaf hij zijn ambt als bisschop heeft aanvaard vraagt ie aan de president wat we kunnen doen mocht het zover komen dat hij wordt opgepakt en veroordeeld. Ik begrijp die omslag helemaal niet. Veel Surinamers zoeken hun recht al langer dan 35 jaar. Hoe moet ik het geloof in een god bij deze kwestie plaatsen? Wat is dat lijden dat goedgelovige mensen soms hun hele leven lang moeten doorstaan? Diezelfde president heeft een kerkelijk adviseur die sinds 2018 ook nog eens verdacht wordt van seksueel misbruik. Nieuwsberichten meldden dat hij in augustus 2019 zijn ambt als ‘bisschop’ weer mag uitoefenen. 

Waarom word dit gedrag getolereerd door de gemeenschap? Gaat het om de status van die persoon, waarom men niks zegt, of is het ‘Joh. 8:7 Wie zonder zonden zit, werpe de eerste steen’ ,omdat wij niet durven te kijken naar onszelf? Dat mensen die grootste misdaden (moord, racisme, verkrachtingen, seksueel misbruik, mishandeling en wat dies meer zij) tolereren gaat mijn verstand te boven. Dan is er toch iets fundamenteel fout met ons vermogen om kwaad van goed te onderscheiden? Ja ok hoor je dan: ‘Jezus is gestorven voor onze zonden.’ Ook weer zoiets.

James Baldwin

Sinds ik steeds vaker boeken van zwarte wetenschappers, activisten en schrijvers lees, en met name The Fire next time 6van James Baldwin en  James Baldwin: A biography,7 verandert mijn beeld over de rol van de kerk in onze geschiedenis en het bestaan. Over Baldwin (1924-1987)het volgende8:

In “Down At The Cross,” Baldwin discusses the rise of the white Christian to power. He points out that “Christianity has operated with an unmitigated arrogance and cruelty—necessarily, since a religion ordinarily imposes on those who have discovered the true faith the spiritual duty of liberating the infidels.” This is a reference to early Christian missionaries, whose job was to spread the religion in foreign lands, an endeavor that Baldwin points out conveniently became a “justification for the planting of the flag.” In other words, as whites took it upon themselves to supposedly theologically liberate black countries, Christianity became an excuse for domination, control, and conquest. Given this fraught history, Baldwin is skeptical of Christianity’s ability to unite blacks and whites, identifying it as a poor model for equality. He posits that, in order to lead a sound moral life, one must “first divorce himself from all the prohibitions, crimes and hypocrisies of the Christian church. If the concept of God has any validity or any use, it can only be to make us larger, freer, and more loving. If God cannot do this, then it is time we got rid of Him.”

Zwart zijn, zwart bewustzijn en de rol van de kerk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Soms krijg ik het gevoel dat de Surinamer zich eerder druk maakt om het percentage wit bloed dat die in zich heeft dan om wat anders. Ik vind het pijnlijk langs dorpen te varen en te merken dat kinderen in rokken tot onder de knie in Nederlands liedjes zingen voor wanneer ze hoog bezoek uit de stad ontvangen en in koor ‘Weest Welkom’ gaan zingen. Ik heb zelfs gedurfd een marron voorganger te vragen of die zijn cultuur niet verloochent door zich helemaal over te geven aan het Christendom. Weet menig Surinamer wel wat zijn of haar religieuze biografie is? Wat is onze religieuze/spirituele identiteit? Is die gebaseerd op slavenregisters en namen van slaveneigenaren? Wie zegt mij dat die registers altijd keurig zijn geadministreerd? Waarom werden de namen van de tot slaaf gemaakten niet opgeschreven? Welke eigenaren telden hoeveel gevangenen inderdaad de kust van Suriname bereikten of van het schip in de zee sprongen? En hoe zit het met de tot slaaf gemaakte vrouw die verkracht werd, zwanger raakte en in Suriname die kinderen verder moest opvoeden? Verloochenen wij onze cultuur en daarmee ook onszelf niet als die religie ingestampt is, met een taal die niet de onze was? Diezelfde witte missionarissen die toentertijd mensen van het Afrikaans continent gevangen namen en als dieren lieten werken op de plantages, hebben ons geleerd te bidden tot hun god? Zou ik een religie moeten aanhangen die mijn voorouders heeft gedehumaniseerd? 
Waarom ben ik achterdochtig wanneer een Rastaman voor mijn poort staat en om een glaasje water vraagt?

Het celibaat, een verstikking
Er is ongetwijfeld een pauselijke regel in die structuur van de rooms-katholieke kerk die vraagt dat priesters celibaat zijn. Onnatuurlijk. Het is ook niet vreemd, en met deze uitspraak bagatelliseer ik niks, dat priesters zich vergrijpen aan jongens of nonnen. Tegen de chemie van de natuur kan geen enkele dogma op. Het verbieden leidt juist tot extremiteiten. Men houdt tegennatuurlijke wetten in stand die door de eeuwen heen alleen maar voor onschuldige slachtoffers heeft gezorgd. De slachtoffers zijn voor hun hele leven mentaal verminkt. Wat mij nog het meest stoort, is dat er in Suriname altijd gezwegen wordt wanneer er in het Vaticaan of elders op deze aardbol weer een priester is beschuldigd van seksueel misbruik. Wij praten er niet over. Er zullen toch in ons land ook wel priesters rondlopen die zich aangetrokken voelen tot die oogjes die vanachter de kapjes verschuilen? Al die hormonen die wekelijks, dagelijks door het lichaam van een priester heen gieren en onderdrukt worden. Ik weiger te geloven dat een priester geen stijve krijgt in de ochtend. Het is natuur. Dezelfde natuur die God heeft geschapen. Of niet? Begrijp je waarom nu ik steeds minder in de kerkbanken ga zitten! Hoe voedt een instantie mij op met seksualiteit als die geen ervaring daarmee heeft? Wordt er überhaupt over seksualiteit gesproken in de kerken? Het niks zeggen is eigenlijk toch ook een soort goedkeuring of het toelaten van monsterlijk gedrag? Het is waarlijk een misdaad dat de katholieke kerk zo krampachtig vasthoudt aan de kerkelijke regels. 

Dilemma of religieus geëmancipeerd?
Ik noem mezelf daarom een pseudo-christen. Juist omdat ik een rooms-katholieke vorming heb, zijn die zintuiglijke, eerste impressies niet uit mijn bewustzijn te slaan. Evenals de Nederlandse taal, de taal waarin ik denk. Het ‘Onze vader’ en ‘Wees gegroet’ hebben zich genesteld aan de wanden, ook al zou ik mezelf ‘religieus geëmancipeerd ‘ noemen . Ik grijp toch echt naar een kaars wanneer ik op een vroege ochtend rillingen over mijn hele lijf krijg en het lijkt alsof er iemand in de kamer is. Of toen er twee kleine vogels (Gado Tyo) precies de dag na de begrafenis van mijn moeder mijn woonkamer binnenvlogen, op de foto van haar neerstreken, een paar tellen wachtten en vervolgens weg vlogen. Toeval?

Maar God is zeker goed voor mij, mijn hybride-God helpt mij altijd uit de brand. Alleen blijft hij of zij mij beproeven vooral met de economie waarin ik momenteel zit in Suriname en je steeds minder in basale behoeften kan voorzien… Wellicht zit daar het collectieve element in; de Surinamer moet iets spiritueels leren uit die politieke samenstelling waarin ze nu zitten (?)Mmm..

Winti-religie en de kerk
Ik ben blij dat de Winti-religie formeel erkend (2014) is in Suriname. In 1874 heette het nog ‘afgoderij’, terwijl dat alles was waarop de zwarte mens kon terugvallen bij hun wrede bestaan. Godzijdank werd het verbod in 1971 opgeheven. Ik ben nog blijer dat de hoofdspeelster, Dorenia Babel, een vrouw is. Vrouwen zijn amper vertegenwoordigd in leidinggevende posities van christelijke of religieuze organisaties, terwijl zij de kerkbanken het meest vullen. Het is revolutionair: wanneer een zwarte vrouw de leiding heeft van een religie. En natuurlijk bestaat die verachting nog, naar alles wat te zwart en te cultureel is. Maar wat wil je, als 300 plus jaren deze religie verboden was. Dat bewustzijn moet vooral gaan groeien. De religieuze evolutie van de zwarte Surinamer zal nog jaren duren, vrees ik.

Ik was dan wel content dat diezelfde Joop Vernooij en daarmee de katholieke kerk in de jaren negentig winti-elementen toe stond bij de diensten. Men zou anders nog meer katholieken kwijtraken aan andere stromingen. Menig kerkganger heeft voorafgaand aan het Owruyarigebed9 altijd wel een swit’watra10 gehad.

De strijd met de bijbelcitaten

Alle gebeurtenissen, goed of slecht, of die nu te wijten zijn aan de eigen verantwoordelijkheden of de omstandigheden worden platgeslagen of verklaard met bijbelverwijzingen. Is dat wel goed? Het wordt echt steeds moeilijker voor mij om met christenen een eerlijk gesprek te hebben hierover. Boeken heb ik altijd veel gelezen, over esoterie, en ik probeer wellicht met al die invloeden een ‘goed’ leven te leiden. Mededogen tonen, de medemens helpen als ik daartoe in staat ben, dieren helpen, mijn milieu besparen. Daar heb je toch geen bijbelcitaten voor nodig? Neen!

Een nieuwe bijbel schrijven? 
Ik weet het allemaal niet. Bijbels zijn handleidingen voor het leven op deze aarde. Misschien moeten we ook geen antwoorden zoeken, maar met elkaar leven en er het beste van maken. Natuurlijk hebben religies hun functies en waarheden als het om normen en waarden gaat. Toch hoop ik stiekem dat er een nieuwe bijbel komt, die herzien wordt op de tijd waarin we leven. Een bijbel voor millenials, die door alle religies wordt geaccepteerd. Een bijbel die past bij de tijdgeest. Een die seksueel misbruik afstraft, homofilie tolereert, gendergelijkheid stimuleert, seksualiteit bespreekbaar maakt, geen oorlog toestaat, dierenmishandeling afstraft en vooral mededogen en compassie voorstaat. Dan hoeven de Verenigde Naties niet te bestaan. Niemand wordt gediscrimineerd op basis van zijn of haar etniciteit, sekse, en seksuele geaardheid. En bovenal, onze wereld blijft bespaard van totale verwoesting. Of is dat een illusie van de pseudo-christen?

RUTH SAN

November 2019

1 De Vroegernij, in tijden van dehumanisering en uitbuiting van Afrikaanse en Aziatische arbeidskrachten. 2013 Fred Budike Uitgave: Moestadja Foundation

2 http://sanruth.com/joop-vernooij-afscheidsspeech/

3 Vlooienmarkt/garagesale

4 een vloek, erfelijke belasting

5 Religulous is a 2008 documentary film starring political comedian Bill Maher who travels to numerous religious destinations, such as Jerusalem, the Vatican, and Salt Lake City, interviewing believers from a variety of backgrounds and groups, including Jews for Jesus, Christians, Muslims, polygamists, Satanists, and Hasidic Jews.

6 James Baldwin: 1993; Vintage International

7 David Leeming: 1994; Arcade Publishing New York

8 https://www.litcharts.com/lit/the-fire-next-time/themes/history-and-religion

9 Oudejaarsavond

10 Kruidenbad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *