Publicaties

 

PETER MEEL -WERKGROEP CARIBISCHE LETTEREN

Een bijzondere vermelding verdient het laatste verhaal van de bundel, ‘Inferno’. San A Jong blijft hier dicht bij haar eigen leven, wat het schrijven van deze tekst niet altijd gemakkelijk moet hebben gemaakt. In uitgebeend en staccatoachtig proza doet zij het relaas van haar coverLPmoeder, die als psychiatrisch patiënte in het toenmalige LPI verbleef en daar goeddeels aan haar lot werd overgelaten. De onverschilligheid van en verwaarlozing door het personeel van de inrichting probeert de dochter te compenseren door haar moeder met ijzeren discipline, tot aan haar plotselinge overlijden, te verschonen, te voeden, medicijnen te laten innemen en liefde en aandacht te geven. Achter de beheersing waarmee het verhaal geschreven is, liggen woede over onrecht en onbegrip voor een overheid die niets tegen aantoonbare misstanden wenst te ondernemen. ‘Inferno’ – dat in de vorm van een novelle misschien nog beter tot zijn recht zou zijn gekomen – is een aanklacht tegen de geestelijke gezondheidszorg en een monument voor degenen die deze zorg ten onrechte wordt onthouden.

 


YVON VAN DER PIJL IN TIJDSCHRIFT VOOR DE SURINAMISTIEK – OSO

“San A Jong heeft bovendien de gave om de centrale thematiek van de bundel − de banaliteit en onontkoombaarheid van de dood binnen de Surinaamse sociale werkelijkheid − vanuit verscheidene perspectieven te belichten, waarbij ze in het ene verhaal door de ogen van een kind kan kijken (‘Lelijke dingenschrift’) en in het andere verhaal met een zelfde gemak kruipt in de huid van een stervende man (‘Charles Louis’). We zien en voelen daarbij niet alleen hoe de dood de verschillende personages op en onder de huid zit, maar zijn door San A Jongs sensitieve − ik zou zelfs zeggen sensorische − schrijven in staat de dood te ruiken en te dromen door de dromen van anderen (‘De geur van de dood’, ‘Uit de droom helpen’).

JURYRAPPORT INKTAAP 2014

«De laatste parade, de verhalenbundel van Ruth San A Jong, is qua vorm heel anders dan de drie romans. We lazen negen korte verhalen. Elk verhaal had een eigen stijl, behandelde een nieuw taboeonderwerp, en verraste zijn lezer met een nieuwe kijk op het thema van de dood. De dood kreeg in deze verhalen een open en toegankelijk karakter doordat geen enkel verhaal zwaarmoedig of deprimerend overkwam. Met interesse lazen we over de Surinaamse cultuur en tradities zoals het rouwproces, de geheime rituelen bij de lijkwassing en de problemen van bijvrouwen. Ruth San A Jong heeft oog voor detail en komt vaak grappig uit de hoek met natuurlijke dialogen en doeltreffende beginzinnen. De laatste parade bevat veel sfeer. De hitte was voelbaar. We waanden ons in warm Suriname.»

LEO MOSSELMAN- RECENSIEWEB

De dood speelt in alle verhalen een rol. De tradities die hierbij horen zijn uiteraard anders dan bij ons, en zo kan men via deze verhalen het eigene van de Surinaamse cultuur ervaren. Dit folkloristische aspect geeft een extra dimensie aan deze verhalen, die in hun geconcentreerde vorm stilistisch hoogstaand zijn. In een pagina of tien voert San A Jong je binnen in een compleet andere wereld. De kwalitatief sterke, bijzondere verhalen die je bovendien een andere cultuur doen ondergaan, maken dit bundeltje tot een waar leesgenot.

BOEKENTRAILER 

_____________________________________________________________

OVER DE LAATSTE PARADE:

In negen verhalen beschrijft Ruth San A Jong het Surinaamse leven in al zijn facetten. Ze vertelt over de geheime rituelen die worden toegepast bij de lijkbewassing. Ze maakt duidelijk voor welke problemen een bijvrouw komt te staan als haar geliefde overlijdt en wat ze moet doen om ervoor te zorgen dat zijn geest haar “s avonds niet komt kwellen. In Inferno stelt ze de helse taferelen aan de kaak die patienten en familie moeten doormaken wanneer iemand in de isoleerkamer van een gesticht belandt.1948047_10154004054980215_449072556_n

We leren de verhalen kennen achter de ongeletterde marronvrouwen uit het binnenland die op de markt in Paramaribo hun cassave, kruiden en napi verkopen en we begrijpen wat hen naar de grote stad drijft. Direct en zonder er doekjes om te winden lezen we wat de mensen denken, doen en zeggen. “Er werd op los genaaid door jong en oud en abortus gepleegd alsof je naar de kapper ging om even je haar te laten knippen”. Het zijn verhalen vol van sociale betrokkenheid.

Het zijn vooral de woorden van Baas Hugo in het titelverhaal die kenmerkend zijn voor vrijwel alle verhalen in De laatste parade: “Mi no wani no wan babari”. Mocht ik ooit sterven dan geen schandaal aan mijn oren, maar wel vrolijkheid en plezier.

Ruth San A Jong (1970) woont en werkt in Paramaribo. In 2002 won zij de Kwakoe Literatuurprijs met het verhaal De laatste parade. Zij startte in 2008 de Schrijversvakschool Paramaribo. In 2007 debuteerde zij in boekvorm met het verhaal De onderbroek in de bloemlezing Waarover we niet moeten praten. In 2010 werd van haar het verhaal Schuldbelijdenis! Bladzijde 63! opgenomen in de door Michiel van Kempen samengestelde bundel Voor mij ben je hier. Verhalen van de jongste generatie Surinaamse schrijvers.

Recensie(s)

Surinaamse literatuur is schaars en deze verhalenbundel is een welkome proeve van proza uit het voormalige overzeese koninkrijksgebied. Ruth San A Jong (1970) woont en werkt in Suriname. Met het titelverhaal won zij de Kwakoe Literatuurprijs in 2002. Enkele van haar verhalen zijn opgenomen in Surinaamse bloemlezingen. Ze is de oprichter van de Schrijversvakschool Paramaribo. De verhalen in deze debuutbundel hebben min of meer hetzelfde thema, namelijk de dood. Dat is een nadeel bij een boek van deze geringe omvang. Aan de andere kant is er ook sprake van evenwichtigheid en rust. De schrijver weet haar verteldrang geduldig te beteugelen. Er komen naast het centrale thema ook diverse Surinaamse kwesties aan bod zoals winti, buitenvrouwen, maar ook universele problemen zoals euthanasie en pesten. Surinaamse woorden en begrippen worden niet apart verklaard, maar subtiel kenbaar gemaakt in de context. De bundel maakt benieuwd naar andere thema’s en verhalen van deze eigentijdse Surinaamse auteur. Gebonden uitgave op pocketformaat; kleine druk.

A. Rampadarath

Overname uit: http://werkgroepcaraibischeletteren.nl/ik-ben-zachtjes-gelukkig/

Ko van Geemert

Het zijn vrijwel allemaal boeiende verhalen, waarin facetten van het Surinaamse leven worden beschreven die lang niet bij elke lezer bekend zullen zijn. Daarbij springen twee dingen naar voren: San A Jong heeft een vlotte pen, en ze schrijft zonder opsmuk of sentimentaliteit – en vooral dat laatste ligt constant op de loer bij een onderwerp als dit. Eerder was werk van haar te lezen in de bloemlezingen Waarover we niet moeten praten (2007, Vereniging Ons Suriname) en Voor mij ben je hier (2011), samengesteld door Michiel van Kempen.
De laatste parade is een mooie verhalenbundel, een debuut dat naar meer smaakt.

De laatste parade, Ruth San A Jong, 2011, Uitgeverij In De Knipscheer, ISBN 9789062656721

ProductinformatieZe is er! mijn eerste geesteskindje!

ISBN 10-962656722

ISBN 13-9789062656721


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *