Persbericht dWT 17 mei 2014

foto-1‘Mijn Jakarta-ervaring was tien keer mooier dan de Inktaap’
Ruth San A Jong over haar ervaringen met de Inktaap-nominatie en bezoek aan Jakarta:

TEKST: RACHEL KASKETI
OVERNAME UIT DE WARE TIJD 17/5/2015

Het Jakarta avontuur begon met een telefoontje van Willem Bongers, directeur bij deBuren. Bongers vroeg of Ruth San A Jong, schrijfster, bereid was om in april citywriter in Jakarta te zijn. deBuren is de organisatie achter Citybooks, een literair residentieproject voor auteurs, fotografen en videasten die worden uitgenodigd naar verschillende steden wereldwijd om stadsportretten te maken.

Een week na haar terugkomst in Suriname zit Jakarta nog in haar lijf; ‘Ik kwam aan in een drukte van lawaai, miljoenen mensen en overal motorfietsen. De dagelijkse files zijn onvoorstelbaar, en het verkeer is een chaos. Iedereen rijdt door rood licht. De chauffeur was dagelijks vanuit zijn kampong twee uren onderweg om in de stad aan te komen. En alles is ondergebracht in wolkenkrabbers, zelfs de markten. De enige echte markt zoals we die traditioneel kennen, die ik heb gezien, was de vismarkt bij de haven. De smog hangt ook overal. Toch vond ik Jakarta een aangename aanval op mijn zintuigen.’

GASTCOLLEGE
De Universitas Indonesia, waar zij een gastcollege heeft verzorgd, heeft ook veel indruk gemaakt. Ze kreeg van de studenten een rondleiding op de campus. ‘Alles is groots en geavanceerd. Dit is een universiteit waar er per jaar ongeveer 1 miljoen studenten komen, waaronder ook internationale studenten. Er zijn studie en leeszalen volledig voorzien van MacBooks. De bibliotheek was een hemel, en in de boekenwinkels vind je de nieuwste boeken, allemaal vertaald in Bahasa Indonesia.’

Kees Groeneboer, directeur van het Erasmus Taalcentrum in Jakarta, vertelt hoe het allemaal in zijn werk gegaan is; ‘De Vakgroep Nederlands van de Universitas Indonesia, is een vakgroep met in totaal 325 hoofdvakstudenten die een studie Nederlandse Taal en Cultuur volgen van vier jaar. Eigenlijk nodigt de Vakgroep Nederlands altijd de hier aanwezige schrijvers uit voor een gastcollege. Meestal betreft het dan Nederlandse of Vlaamse schrijvers. Dit keer was het heel bijzonder om een schrijfster uit Suriname te kunnen uitnodigen, want het aandeel van Suriname in de studie Nederlands is helaas gering. Ruths gastcollege viel zeer in de smaak van de studenten. Voor hen is het natuurlijk heel speciaal dat er aan de andere kant van de wereld ook Nederlands wordt gesproken en geschreven.’

Van de studenten in Jakarta kreeg zij ook kritische vragen over de thematiek van Surinaamse schrijvers, en werd ze met de neus gedrukt op de realiteit van naast elkaar leven; ‘Ik vond het heel erg dat ik niet veel over de Javanen hier kon vertellen, want niet wanneer je bamie eet en met laos kookt, dan weet je over de Javaanse cultuur.’ De vraag van een student, of er in Suriname hybride culturen zijn ontstaan, deed Ruth toch even stilstaan bij de complexiteit van onze samenleving. Een land met maar een half miljoen mensen en zoveel bevolkingsgroepen, is niet altijd te vatten voor een buitenstaander. Daar zit volgens Ruth de grootste uitdaging voor de Surinaamse schrijvers; ‘Het schrijven over ons land. Ik kreeg vragen over de dekolonisatie en hoe de Javanen zich daarin hebben ontwikkeld. Ze stelden ook vragen over het Sranan. Ook moest ik vertellen hoe ik kom aan mijn Chinese achternaam met mijn creools uiterlijk. Mensen willen lezen over onze cultuur en de samenstelling van de gemeenschap.’

fotoDe taal in Indonesië was mooi en herkenbaar soms. ‘Bagasi was het eerste woord dat ik tegenkwam op de airport. Bagasi = koffer.’

Een van de bijzondere ontmoetingen was die met de bekende Indonesische columnniste Julia Suryakusuma. Een selectie van haar geschreven columns in de Jakarta Post over de jaren 2006 t/m 2013 zijn gebundeld in Julia’s Jihad.

’Armoede en rijkdom hebben overal in de wereld hetzelfde gezicht.’ Het beeld van twee gebochelde bedelende bejaarde vrouwen zal haar altijd bijblijven. ‘Voor mij was Jakarta mooi en lelijk, maar toch 10 keer mooier, qua ervaring, dan de Inktaap.’

INKTAAP
In verband met haar boeknominatie voor de Inktaap 2014 heeft zij in Suriname, Curacao en Nederland de slotdag van de Inktaap bijgewoond. Op de slotdag in Rotterdam waar de winnaar bekend werd gemaakt, waren er verschillende talkshows en ontmoetingen met studenten. De schrijfster is niet te spreken over de organisatie van de Taalunie Den Haag. ‘Het belangrijkste is dat mijn boekje is gelezen over ongeveer 120 middelbare scholen en de reacties waren overweldigend’. Ze heeft zich ook niet gefocust op de prijs, maar op de ervaring. Studenten uit Suriname, Curaçao, en Nederland zijn naar haar toegestapt en verteld dat ze op haar boek gestemd hadden, wilden hun boek of dagboek gesigneerd. De Surinaamse studenten gaven aan opgelucht te zijn dat er eindelijk een Surinaams boek tussen zat. ‘Mevrouw San A Jong u bent zeker lijkbewasser. Hoe weet u eigenlijk al die dingen? En waarom is uw boek zo kort?’ waren enkele vragen van de studenten.

Door alle ervaringen is ze vooral geïnspireerd geraakt om haar roman in wording af te ronden, en het schrijversvak in Suriname verder te helpen ontwikkelen. Bij de Schrijversvakschool is er vanaf het vorig jaar ook een jeugdprogramma opgenomen, en voor de komende twee jaren is er een groots project op komst. Wat het precies zal inhouden houdt zij nog geheim.

Haar Citybook-verhaal wordt in september 2014 digitaal gepubliceerd in audio- en schriftelijke vorm, in 4 talen (Nederlands, Engels, Frans en Bahasa Indonesia). In het geval van Citybooks-Jakarta wordt er ook een tweetalige boekuitgave gepubliceerd (Nederlands en Bahasa Indonesia).

 

Ruth San A Jong is de oprichtster van de Schrijversvakschool Paramaribo en schrijfdocent proza en essayschrijven. In 2002 won zij de Kwakoe Literatuurprijs met het verhaal De laatste parade. In 2011 publiceerde ze de gelijknamige verhalenbundel De laatste parade (In de Knipscheer) die genomineerd was voor de Academica Literatuurprijs 2013 en voor de Inktaap 2014. In De laatste parade schrijft ze over het Surinaamse leven, de dood en alle bijbehorende tradities, geloof, bijgeloof, rituelen bij de lijkbewassing, en voor welke problemen een bijvrouw komt te staan als haar geliefde overlijdt en ze niet wil dat zijn geest haar ’s avonds komt kwellen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *