Later wanneer ik groot ben zondagse taferelen

Cicilia San A Jong- Muntslag

Vraag mij niet waar het vandaan komt. Tranen vullen mijn ogen wanneer ik de Derde Rijweg oprijd, weg van de Zondagmarkt, waar de warmevislucht mij uit de schaars gevulde boodschappentas terugbrengt naar de zondagen waar ik met mijn oma als kind meeging.
Ik ben een kind van acht. Om half zes staan mijn oma en ik bij de bushalte op de Kwattaweg, vier boodschappentassen waarvan ik de nog twee lege in mijn hand houd. Mijn oma betaalt de chauffeur twee kwartjes. Ik heb geen flauw idee hoeveel geld ze had meegenomen. Elke zondag het ritueel van meegaan met Oma naar de markt. De straat is nog donker, de koele lucht slaat ons toe via de raampjes van de bus. Ik zit geforceerd met mijn lange benen, maar mijn wimpers genieten mee van de wind. Later, denk ik, wanneer ik groot ben, dan koop ik wat ik wil. Genoeg awara, twee hoopjes sterappel, genoeg Kemplan en zeker een pakje bami.

Als kind was het hoogtepunt van het marktbezoek de cup Dawet met die maizenavlokjes die ik kreeg aan het eind van het boodschappen doen. Dat was voor de moeite van het meesjouwen denk ik. Of had Oma geen geld meer? Sarasara, pindasambal, bosjes kousenband, Kai Lan voor de nasi, verse kip of vis, napi, zoete patatten en altijd wel een bosje rijpe bananen voor naast het eten. Mijn grootmoeder had vaker tien monden in huis te voeden, dus nam ze altijd drie of vier van die tassen mee, gemaakt van jute. De dunne handvaten priemden van het gewicht in mijn kleine schouders. Als kind dacht je er niet eens aan om te klagen of er wat van te zeggen maar ik wisselde steeds van schouder. Ik vraag mij nog steeds af hoe wij dat hebben gedaan; dat gesjouw elke zondag. Oma was gewoon een sterke vrouw; ze had ook van die sterke stevige vingers. Opgelucht was ik dan ook altijd wanneer de poort van ons huis werd opengedaan: verlost van het dragen. Dan snel in het bad om de kerkdienst nog te redden die verderop in de straat om 8 uur begon. Wij hadden alleen onze tanden gepoetst.

Cicilia San A Jong- Muntslag

De nostalgie heeft plaatsgemaakt voor een keiharde realiteit van hoge prijzen voor voeding die je nodig hebt om te leven. Ik begrijp nu ik ouder ben, en mijn eigen, een eigen portemonnee heb, waarom oma toen niet alles kon kopen. Ik zou zoveel willen kopen gaat er door mijn hoofd, maar ik loop steevast door. Ik focus mij op het hoognodige omdat de prijzen toch ietsjes lager zitten dan in supermarkten. Ik kan mij gelukkig een bakje Tahoe Lonton permitteren en twee fruitsoorten. Meer geld voor ‘lekkers’ heb ik niet. Tempeh, een stukje pompoen, Lemmetjes voor 1 Srd per stuk, en Koepila warme vis, een papaya zijn de enige dingen in mijn tas. En Kemplan. Het is mij te druk bij de Dawet-stand. Ik ga terug naar de auto met een portemonnee die nog 6 srd heeft. Ik passeer de luidruchtige heren die allen achter een cup rum zitten. Bij de uitrit gooi ik een zakje hondenbrokjes voor een hond die aarzelend naar het zakje toeloopt. De politie kijkt toe en knikt naar mij. Later zal ik misschien, die hond kunnen meenemen. Later, wanneer ik groot ben.

Ruth San A Jong

4 thoughts on “Later wanneer ik groot ben zondagse taferelen

  1. wauw! mijn oma verkocht dawet op de centrale markt. de kokos raspte ze op de oude manier… ook toen er al blenders waren. ze had er kromme vingers aan over gehouden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *