Ik-en-de-rest-stik Last van vieze rooklucht

Het is vandaag Divali. Althans, het is nog Divali. Ik hoor op de achtergrond vuurwerk knallen. Mijn hondjes schrikken op en kruipen bij me op de bank. Het dringt nu pas tot mij door dat vuurwerk afschieten niet alleen meer hoort bij Owuryari. Zo hebben mijn kondreman van die ‘eigenaardigheden’. Vanmorgen, het was echt net half 7. Deed ik mijn achterdeur open om de hondjes te laten rennen op het achtererf voor poepje. En wie zie ik wat doen? De achterbuurman bezig een vuurtje stoken. Ik begon bijna weer te huilen van ellende. De twee laatste weken in oktober heb ik me wat beroerd gevoeld. Paramaribo en Groot Paramaribo zat onder een vieze brandlucht die door de filters van de airconditionings zich ongevraagd binnen drong en nestelden in mijn neusvleugels, longen, woonkamer. Het hing echt net mist. Ik weet nog steeds niet wat die ziekelijke drang is van menig Surinamer om vuil te branden. Zo gauw het Droge Tijd is komen de luciferstokjes naar boven, harken ze het erf elke dag, om dan hun hoopjes te branden. Het lijkt wel een stoornis! Stiekem plastic afval er tussen gooien, want 1 of 2 dagen wachten op de vuilnisman is hen te veel. Branden is stafbaar, maar nee, elke dag brandt een buurman hier zijn huisvuil. De brandweer komt toch niet. De politie ook niet, dus san yu e span? Het is toch maar even. Dan blijft het vuurtje smeulen de hele dag door. Zit ik nu net in de windrichting van een pyromaan. Overige buren zijn bang om hun mond open te doen, want ja, Surinamers zijn rancuneus om de gekste dingen en zit je zo in een grimmige burenruzie. Het was een keer zo erg dat ik om half 1 in de nacht in paniek wakker werd, omdat ik niet kon ademen en al huilend de brandweer en politie belde. Niets is zo waardeloos als wanneer je machteloos en radeloos bent en je nergens naar toe kan vluchten. Voor een vieze rooklucht kun je niet vluchten. Ik ben een allergie mens en krijg makkelijk verstopte sinussen van rooklucht. Bij sigarettenlucht begin ik al een hoestbui te krijgen en begint mijn keel te kriebelen. Ik zat op het terras een avond les te geven en mijn cursist schreef in haar freewriting stukje hoe ze zich ergerde aan mijn geschraap met de keel. We hebben er om gelachen, maar als ik niet 2 keer per dag 2 Paracetamols innam of een anti-allergie tablet, dan kon ik mijn hoofd niet eens bewegen. Mijn gezicht werd zelfs eevn dik, ik had rode ogen, voelde mij lethargisch van elke dag,  de hele dag die vieze lucht inademen. Waarom zeg ik vieze lucht? Er is een wezenlijk verschil in het branden van gras of bladeren en het branden van rubber of plastic. Mijn God (als ik mag). De brandweer kent mijn stem en telefoon nummer uit het hoofd denk ik. Wat een ellende. De overheid deed niks. Of althans, die stond erbij en keer ernaar. Mijn honden hadden zelfs ook last. Een braakte slijm een ochtend. Hij had daags daarvoor flink lopen niezen. Ik wil niet denken aan de vogels. Dat asociale,  de ik-en-de-rest-stik-mentaliteit gaat ons echt de das om doen. Maar dan gaat iedereen huilen en dan is het te laat. Zucht, igeloof helemaal niet meer in dat mooie verhaaltje hoe vredelievend we naast elkaar wonen. Allemaal leugens!

Gelukkig brengt de omschakeling van het seizoen (want het begint weer te regenen) een beetje opluchting. Ik heb laatst de weergoden extra bedankt voor de ‘verse’ lucht. Ik heb een paar weken in Jakarta/Indonesië gezeten waar ik voor het eerst ‘smog’ mocht ervaren. Nou nou; dat wil ik gewoon nooit meer. Ik was dolgelukkig weer in Suriname te zijn. Alle andere vervelende dingen neem je voor lief. Om de verse lucht. Enfin, we kunnen weer ademen. Tot volgend jaar september weer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *