Het kind niet met het badwater weggooien

Gisteravond zat ik in Tori Oso te luisteren naar een van mijn tweedejaarsstudenten van de Schrijversvakschool Paramaribo, Claudett de Bruin, die een literaire voordracht gaf. Ze las gedichten voor en gaf vooraf uitleg welke vorm die hadden. Ik vond ‘t goed te horen dat ze namen als Rondeel en Limmerick uitlegde. Je moet je publiek ook literair opvoeden. Uiteraard was ik trots want ze had van die verrassende en vooral spottende vondsten en een publiek dat hing aan haar lippen.
Als ‘jonge hond’ in het literaire leven in Suriname heb ik in publieke fora uitspraken gedaan die tegen de schenen schopten van de gevestigde auteurs. Ik had gezegd dat wat NU wordt geproduceerd niet van literaire kwaliteit was en zich middenmaats ontwikkelde en dat ook de oudere generatie daar bij hoorde (!!!). De stagiaire die toentertijd bij de Ware Tijd werkte, had het woord ‘nu’ eruit gelaten. Of het opzet was geweest van de eindredactie laten we in het midden. Ik heb het geweten! Kwade telefoontjes en boze gezichten wie Ruth San A Jong nu wel was om dergelijke uitspraken te doen. Die was toch geen schrijver? Hoeveel boeken had ze op haar naam? Hoe kon ze een oordeel vellen over de literaire kwaliteit? Ik moet dus iemand per se waarderen omdat hij een 300-tal pagina’s op papier heeft gezet.
Alhoewel de vraag blijft of ik me moest verontschuldigen, kies ik mijn woorden sindsdien zorgvuldig en wilde het tegendeel bewijzen.
Iedereen was het toch stiekem met me eens? (over die uitspraak met ‘nu’ erbij?) Iedereen met een beetje zelfkritiek was het toch met me eens dat er drastisch iets moest gebeuren aan de boeken die uit de printer kwamen met gelamineerde 250-grams vellen als kaft, de door neerlandici op taal gecorrigeerde teksten en door familie en vrienden gelezen manuscripten, de door de Riso-machine gehaalde kopieën zonder registratie bij het ISBN-kantoor? Eerlijk wezen, niet? Maar omdat ik het had gezegd en geen bestaansrecht had als auteur had ik mijn mond moeten houden.
Je gooit je kind toch niet met het badwater weg, bedacht ik achteraf. Ga dan iets doen om die kwaliteit omhoog te brengen. In mijn vijf jaar geworstel lukte het me eindelijk om schrijven tot vak te maken in Suriname en voor auteurs. We weten allen intussen dat talent overgewaardeerd is en dat als je regelmatig schrijft, herschrijft, schrapt, van kritisch commentaar laat voorzien, veel leest, je over technieken leert enzovoort, dat dat eigenlijk het schrijven is.
Dus toen ik gisteravond van de jury, die mij sterk deed denken aan de American Idols, de lofuitingen voor Claudetts werk gaf, ging een vleug van trots over me heen.
Meer nog omdat Frits Wols, die mij toentertijd persoonlijk die ‘bok’ had gegeven, complimenten maakte aan de Schrijversvakschool en ons aanmoedigde om zo door te gaan. Hij was blij te horen dat klassieke dichtvormen behandeld worden enz. Ik begon spontaan te klappen in mijn handen toen mijn student naar me keek vanachter de staander en gebaarde naar me. Want dat is wat je wil hebben, kwalitatief goede teksten voor je publiek, bij voordracht of in boeken. Claudett is overigens een van de meest ambitieuze studenten, neemt het vak serieus, is altijd aanwezig, eigenzinnig, maar staat vooral open voor goede kritiek. En geloof me de Schrijversvakschool maakt je bikkel tegen kritiek van lezers. Die zijn meestal genadeloos.
Zo hadden we de grootste literaire criticus als gastdocent, Michiel van Kempen, de boeman van vele auteurs. Critici zijn nooit geliefd, daar moeten we aan wennen en ik dacht toen ik hem uitnodigde om nu eens van hem te horen hoe die keek naar de ontwikkeling in die Surinaamse literaire keuken. Tenslotte is de man gepromoveerd op de Geschiedenis van de Surinaamse literatuur en willen wij als instituut niet het wiel weer gaan uitvinden en de man uitnodigen om ons te komen vertellen hoe dat in elkaar zit. Ik moet overigens nog een schriftelijke evaluatie van hem ontvangen, maar weet zeker dat we, hoewel hij Surinamistiek is komen doceren en niet schrijftraining, een goede beurt hebben gemaakt. Ik ben alleszins tevreden over de inzet en vooral de manier waarop hij de literaire geschiedenis in perspectief voor de studenten heeft geplaatst met gebruik van illustraties, cijfers en dergelijke. We zijn er nog niet, want de opleiding is 4 jaar en pas na die periode zullen we kunnen oordelen of een opleiding in Creatief en Literair schrijven daadwerkelijk goede en blijvende auteurs oplevert.
We gooien het kind niet weg met het badwater. In essentie gaat ‘t er erom: kritiek geven mag, maar doe er iets aan om de situatie te verbeteren, de kwaliteit omhoog te brengen en hoog te houden. Tenslotte plukken we allen inspiratie uit Suriname.

Ruth San A Jong

3 thoughts on “Het kind niet met het badwater weggooien

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *