De Yorkafowru kraait hetzelfde in 2017

Recensie

Ik had vanwege bijzondere omstandigheden de hele viering van de 180ste jaardag van Thalia moeten missen, maar kon het niet maken afwezig te zijn bij de afsluiting. De uitnodiging van Henk van der Laak van Artlab versterkte dat gevoel om toch te gaan. In het begin van het Nyun Sten Festival had ik wat introductie-lessen in het schrijven van Theater verzorgd. Miguel Keerveld en Rowena Gilds waren daar twee studenten van. Ik heb Keerveld nu weer onder de vleugels, want hij is verwoed bezig met zijn tweede script. Zijn enthousiasme wilde ik niet teleurstellen en ik wilde zien wat Tolin Alexander, ervan had gemaakt. Als schrijfdocent kijk je anders en zeker kritisch naar het werk van anderen. Er is een code onder kunstenaars: Als je het minder vindt, zeg je niks, maar als het goed is, reageer je, en in mijn geval, schrijf je er iets over. Vorig jaar was de Reading geweest van dit stuk onder regie van Marjorie Boston. Ieder heeft zo zijn eigen stijl. En omdat ik al bekend was met de thematiek van Miguels script, was ik nog meer nieuwsgierig naar Tolin zijn versie of aanpak. De nadruk van een Reading ligt meer op de tekst, en minder op het spel; dat is bekend. Intussen heb ik bij de coaching van Keervelds tweede script bijna al zijn ‘darlings’ vermoord. Met Rowena’s stuk, PERFECT heb ik weinig te maken gehad. Ik had haar alleen de aankondiging van het Nyun Sten festival toegestuurd nadat ze wat privélessen bij mij had genomen in Creatief Schrijven.

Wij werden bij de première van Perfect en Pur Blaka bij binnenkomst begeleid naar het podium. Er waren stoelen rondom een klein plateautje geregeld zodat wij er konden zitten. Met dergelijk theater ben ik bekend. Soms zit je op de grond te kijken naar het spel. Ik wist al wat er zou gaan gebeuren met het publiek. De confrontatie van het dramatisch gebeuren in het theater komt letterlijk in het gezicht van de kijker. De trauma’s van de op jonge leeftijd verkrachte Nisa, waren letterlijk rauw aan het publiek geserveerd. Er was een plastic dranghekje gespannen waardoor opstaan of weglopen ook niet mogelijk was. Je werd gedwongen om te blijven kijken tot het eind. Het spel werd gespeeld in een schizofreen karakter van drie stemmen (drie personages) die elk vanuit hun perspectief het gebeurde speelden. Het effect van het ‘directe voelen’ was denk ik ook de bedoeling van de regisseur Alida Neslo. Wat dat betreft heeft Alida Neslo alle raffinement in zich om te spelen met de verschillende varianten van dit type theater (Toneel op toneel). De drie actrices speelden hun rollen ‘perfect’ zoals het stuk ook heette. Het enige wat minder kon, was de herhaling van het woord ‘perfect’. De kijker is intelligent en trekt wel zijn eigen conclusies. Slechts 1 keer kon het woord worden genoemd, zodat het meer lading en zeggingskracht kreeg. Leermomenten. Tanuya Manichand sprak mij net iets te luid, wat verder een klein detail was, maar zoals gewoonlijk acteert ze met volle overtuiging. Na het stuk moest het publiek naar de foyer waar we even op adem konden komen met de dans van Artlab.sr (UNPLUGGED MOVING).

Er stond een ijzeren pot, die inmiddels the ‘signature pot’ van Tolin is geworden, in het midden van het podium te prijken. Die pot laat een ieder die met winti te maken heeft of enige herkenning heeft, rillen. De lichten gingen uit tegen het zwarte decor, er kwam een acteur met een prasara sibi, zijn huid nog nat van de pimba en tot zijn tenen ingesmeerd, de grond plaveien voor wat er komen zou. Het stuk zou beginnen. Mooie symboliek. Ik kreeg een glimlach op mijn gezicht toen ik de andere personages eveneens in pimba zag opkomen. Op deze manier had de regisseur het onderscheid gemaakt tussen de geesten Boni, Monno, Lisa en Anna van de levende wereld. Door de schijnwerpers was het contrast van het witte klei tegen de donkere ruimte extra angstaanjagend. De ogen van Boni priemden in het publiek: brr!
De ‘psychologische stilte’ aan het begin creëerde ingehouden adem bij het publiek en een geladen ruimte. ‘A pasi ben krin’ voor de geesten uit de dodenwereld: Het spel kon beginnen. Een kalebas die als symbool voor een zwangere buik fungeerde, een ei dus, een bevruchting die via een vlinder tussen de benen van Anna zou moeten plaatsvinden. En dat alles in de wereld van de Rottenweg, want Boni wilde reïncarneren. Het ging er niet goed: God en O.W. had hen verlaten, het stonk naar corruptie en inhaligheid. Wie wilde daar nu een kind krijgen? Anna in elk geval niet. En toch zou de bevruchting plaatsvinden. Niet met een penetratie, maar met een vlinder. Boni met zijn forse bouw en boze stem boezemde angst in bij het publiek, dat kon je zien.
Dat gebruikelijke lachen van Surinamers wanneer ze naar theater kijken was er gelukkig niet, het ging om ernstige zaken. De Rottenweg was Suriname. De heilige Boni, bekend van onze creoolse verhalen, had het helemaal gehad met de mensen aan de Rottenweg. Ze moesten ingrijpen. De Yorkafowru kraait nog steeds hetzelfde, de vlinder nestelde zich tussen de dijen van Anna. De zwangerschap was een feit; het dodenrijk had overgenomen.
De airco’s van Thalia bliezen recht in mijn rug en ik weet niet of de rillingen die ik tijdens het spel kreeg daarvan kwamen of van de kromme loop van het personage Monno en bijtende dialogen. Het is Keerveld aardig gelukt om zijn ergernis aan de hedendaagse politiek in de dialogen en snijdende satire weer te geven. Wie in Suriname woont, een zekere mate van engagement heeft met de politiek en het sociale leven zal alles hebben herkend. Op een of andere manier, en bij de Reading al, liet de stijl van Keerveld mij denken aan Yorkafowru van Edgar Cairo. Sharda Ganga, regisseur had toentertijd, en met toestemming van de auteur zelf het stuk geproduceerd en geregisseerd. Ik kan het mij nog herinneren: 1998, in Theater Unique, met Kaersenhout en Burleson als hoofdrolspelers.
Geëngageerde woordkunstenaars geven vaak reflecties in hun werken van wat er zich in de maatschappij afspeelt: wij waren aanwezig in de geestenwereld en tegelijk in Suriname anno 2017. Gelukkig werd er minder uitgescholden met krachttermen dan bij de Reading. Goed dat Tolin dat overvloedige schelden eruit heeft gelaten, omdat het geen toegevoegde waarde had. Boni had zijn ferme goddelijke status terug. De walging om de misstanden aan de Rottenweg kwamen dan ook goed tot zijn recht. Waar de regisseur ook complimenten voor moet krijgen is de keuze in acteurs. Zo was de hoofdrolspeelster Sarafina Naarden die Anna speelde niet een typische zwarte actrice, maar een dogla type. Dat gaf het theater dat typische Surinaamse; de moxipatu. Sarafina die ik voor het eerst op de planken zie heeft een prachtig debuut gehad! De gedachte dat zulks theater voor de blakaman per se was, is dus met dit stuk weggemaakt door Tolin. De term Pur Blaka creëert meteen associaties met Creolen en de Winticultuur. Niet dus.

Ik zeg het nog een keer hier aan het papier: Goed theater is een samenspel van de auteur, de regisseur en de spelers. En ja ook het publiek…Tolin heeft bewezen van een kaliber te zijn dat wij wat meer mogen waarderen. Wat dat betreft zie ik graag continuïteit in samenwerking tussen deze twee kunstenaars. De auteur doet zijn werk en de regisseur het zijne. Ik ben enthousiast om de toekomst van Thalia. We kunnen en zullen goed theater neerzetten! Proficiat Tolin Alexander en Miguel Keerveld, ik applaudisseer nogmaals voor jullie!

RUTH SAN A JONG

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *