Dankbaarheid: een beetje babbelen met de computer

In 2019 heb ik veel mensen begraven die aan kanker zijn overleden. Het is spijtig om vooral jonge mensen, die nog vol energie in het leven staan, van de een op de andere dag stijf in een kist te zien liggen. Alles wat gezegd is, wat gedaan is, wat de persoon voor je heeft betekent, komt dan omhoog. Je wenste dan dat de persoon nog in leven was. Dan pas waardeer je nog meer wat de persoon in het leven betekende voor de omgeving.
Omdat ik van heel jongs af aan geconfronteerd werd met de dood, heb ik een soort houding van: ach, alles is relatief. En misschien ook niet hoor, want elke keer is de ervaring anders. (en ik kan heel geëmotioneerd raken om boeken) Maar de Surinaamse cliché-uitspraak: dede wan no e feni yepi, is in mijn bewustzijn gegrift. Sinds de dood van mijn moeder en grootmoeder versta ik de kunst van onthechten. Niets moet. Zo kan ik makkelijk afstand nemen van mensen, van hebbedingen, van dingen die ‘moeten’: ik heb een totaal andere visie op soms triviale gebeurtenissen. En ik waardeer kleine dingen veel meer dan ik vroeger deed.

Zo kan ik eindeloos kijken naar mijn dieren. Kijken hoe ze hun kopje schuin houden, of hoe die vier poten op het erf rennen. Ik probeer die logica nog steeds te begrijpen. Hoe ze proberen te communiceren wanneer ze ziek zijn en mij diep in de ogen aankijken, of boos grommen wanneer ik te lang van huis ben geweest. Wanneer ik een Moringa plantje van een vriendin krijg, of een tante die mij onbespoten groenten geeft, en zorgelijk belt als ik niet langskom: ‘Ruth, hoe gaat het? Ik heb je nog niet gezien?’ En dan ben ik in mijn werkdrukte vergeten af te melden of weet ik het. Over het ‘verdrinken’ in boeken schrijf ik niet…

Mijn grootmoeder gebruikte de uitspraak : ‘Wan wan bun Lobi de ede’ heel vaak. Ik lachte er altijd om hoor. Ze gaf veel, en kreeg ook veel van mensen. Krijgen in de betekenis van aandacht, liefde, maar ook materie. Ze was om alles dankbaar. Er zullen altijd mensen zijn die naar je omkijken, had ze mij een dagje gezegd, toen ik in een dip was. Wanneer je als enig kind bent opgevoed en opgegroeid, leer je op jezelf vertrouwen. Leer je zelfstandig te zijn, en leer je keuzes te maken die goed voor je zijn. Als ze niet goed zijn, kom je er wel achter.

Het heeft waarschijnlijk ook met de leeftijd te maken. In 2018 heb ik ook jarenlange ‘passanten’ losgelaten. Vriendschappen van 25 jaar lang. Je merkt dan een soort koelte die er ontstaat, een koelte met weinig emotie. De dood leert je los te laten, omdat je dan helemaal niks meer kunt doen: je alleen jezelf hebt. Wanneer een mooie vaas stuk is, kun je het misschien wel lijmen, maar het zal nooit meer de vaas zijn die het voorheen was. Ik vecht ook niet meer, heb ik gemerkt. Ik zeg wat ik er van vind, want het moet uit mijn systeem. Dat is iets wat ik met de ziekte van mijn moeder heb geleerd. Dingen mentaal ophopen maakt van je geest een vuilniston. En je weet wat met vuilnistonnen gebeurt die niet regelmatig opgehaald worden. Het gaat rotten en stinken! Onderhuidse jaloezie manifesteert zich toch vroeg of laat. Intussen heeft het leven zelf laten zien dat vroeg of laat iedereen wel de ander teleurstelt. En ik natuurlijk ook. Volmaaktheid bestaat niet. Ik ben niemand tegengekomen die perfect is. Misschien wel perfect in zijn of haar werk, maar toch altijd wel iets heeft dat niet ok is. Soms gaat het om geld, of een onderhuidse nijd om je drijfveer en durf. Dat heet ‘mens’ zijn. Ik zal moeilijk mensen adoreren die de kansen die ze krijgen benutten. Het leven met een psychotische moeder heeft mij weerbaar gemaakt voor trivialiteiten. Daarom geef ik altijd respect en waardering aan mensen die dat verdienen. Als men mij iets vraagt, kijk ik altijd of ik kan helpen. Vaak is die hulp immaterieel. Ik kan ook niet: ben niet rijk in geld, maar wel rijk in aandacht geven, attent zijn en luisteren. En ik schrijf dat zo, omdat het mij vaak is gezegd door dierbare vrienden. Dank zeg ik dan: dank je wel!

Mijn ‘vechtersenergie’ stop ik in mijn werk (en onrecht). Ik ben gewoon erg gepassioneerd wanneer ik aan een opdracht werk. Dan sluit ik mij in mijn huis op, zit uren achter de naslagwerken of computer, totdat mijn rug de signalen geeft om op te staan. Van mijn vader heb ik een hometrainer-fiets gekregen, en ik won in januari zo een apparaat waar je op gaat staan en het vibreert zo heftig dat alles gaat schudden. Volgens het reclamefilmpje was het idee dat je loopt, rent, of wandelt zonder een stap te verzetten. Mmm…we moeten nog zien of ik afval. Eerlijk, ik fiets nog maar net tien minuutjes elke ochtend, en ga dan tien op dat ander apparaat staan. Ik heb mezelf plechtig beloofd, dat ik elke ochtend beweeg. Nu heeft de kosmos ervoor gezorgd dat ik in huis zelf beweeg: ik kan het niet maken om niks te doen! Ik ben dus dankbaar en ga aan mijn discipline werken.

Vandaag is Internationale dag van de vrouw: 8 maart 2020. Ik heb een collage gemaakt van vrouwen die tijdens de levenswandel passeren, passeerden. Ik ben dankbaar dat ze er zijn (geweest). Ik ben ook dankbaar dat ik er nog ben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *